Landeninformatie over:
alle landen
alle landen
Australie
Canada
Denemarken
Duitsland
Frankrijk
Groot-Britannië
Hongarije
Italië
Nederland
Nieuw Zeeland
Polen
Portugal
Schotland
Slowakije
Tsjechië
Uruguay
Verenigde Staten
Zweden

Australie is een land wat door zijn diversiteit in klimaat en grote verscheidenheid aan gebieden interessant is voor iedereen in de agrarische sector. Naast de melkveehouderij zijn er uitstekende mogelijkheden in de akkerbouw van een intensief bouwplan met aardappels en uien tot grote graanbedrijven. Door de jaren heen hebben we ook meerdere varkenshouders, fruittelers en tuinders ondersteund tijdens hun bedrijfsverplaatsing. De meeste emigranten vanuit Nederland bevinden zich in de hogere regenval- en de irrigatiegebieden van New South Wales, Victoria en Tasmanië. Door het milde klimaat zijn dit gebieden met een goed agrarisch perspectief. De meeste kustgebieden blijven het gehele jaar groen. De gemiddelde Nederlandse emigrant doet het erg goed in Australië door hun goede opleidingsniveau, vaardigheden en aanpassingsvermogen.

Algemeen

De Australische samenleving bezit een rijkdom en een verscheidenheid aan cultuur dat door geen ander land geëvenaard wordt. Terwijl veel mensen die voor de eerste keer naar Australië komen, zich een beeld gevormd hebben van een typische Australiër, is het een feit dat er niet zoiets bestaat als een typische Australiër. Van de Aboriginals, die 40.000 jaar geleden als eersten het Grote Zuidelijke land introkken, tot de eerste Europeaanse kolonisten van het einde van de 18e eeuw tot de immigratiegolf in de vorige eeuw, allen hebben hun bijdrage geleverd aan het gezicht van de hedendaagse Australische samenleving.

`Multicultureel zijn` is het principe waarop de Australische gemeenschap nu gebaseerd is. Het idee dat groepen mensen met verschillende culturele achtergronden samen kunnen leven, integreren in de maatschappij en toch hun eigen culturele identiteit behouden.

Het leven in Australië is gecentreerd rond de `great outdoors`. De meeste Australiërs wonen op korte afstand van kust en strand of Nationaal Park, waar ze kunnen ontsnappen aan het drukke tempo van het moderne leven. Er is een fantastische natuur om van te genieten. Waar mensen kunnen surfen of een boswandeling maken, golfen of een van de vele activiteiten die je in de open lucht kunt beoefenen, variërend van bungy jumping tot gewoon zonnebaden. Elk jaar nemen duizenden gewone Australiërs deel aan evenementen zoals de Sydney City to Surf of andere fun runs. Deze ontspannen houding wordt in evenwicht gebracht door een vakkundigheid en goede houding van de Australiër tegenover het zakenleven en een zorgzame en geïnteresseerde benadering van sociale vraagstukken. De Australiërs zijn zich heel goed bewust van hun positie als lid van de wereldgemeenschap. Ze zijn geaffecteerd door overzeese gebeurtenissen en dragen bij aan internationale gelegenheden en de Azië Pacific regio.
Australië is samengesteld uit het hoofdeiland en een aantal kleine eilanden en het omvat in totaal ongeveer 7.682.300 vierkante kilometer, hetgeen betekent dat het ongeveer gelijk is in omvang aan het vasteland van de Verenigde Staten. Inclusief Tasmanie overspant het land 30 breedtegraden, hetgeen resulteert in een grote verscheidenheid aan klimaten variërend van gematigd tot tropisch.

Sociale zaken

Australië heeft een welverdiende reputatie dat het baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van de sociale voorzieningen door al in 1909 pensioenen voor oudere mensen en invaliden te introduceren. De Federale Regering helpt mensen wiens bron van inkomsten weggevallen is vanwege arbeidsongeschiktheid of pensionering of omdat het inkomen onderbroken wordt door, bijvoorbeeld, werkloosheid of ziekte. Ouderdomspensioenen – Deze worden uitgekeerd aan mannen vanaf 65-jarige leeftijd en aan vrouwen vanaf 60-jarige leeftijd. Uitkeringen aan een oudergezinnen - Deze worden uitgekeerd aan mannen en vrouwen die zonder de hulp van een partner kinderen onder de 16 jaar moeten opvoeden. Kinderbijslag - Afhankelijk van het inkomen wordt er aan de ouders of aan de voogd voor ieder kind kinderbijslag uitbetaald totdat het kind de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt. De reeks pensioenen, uitkeringen en toelagen omvatten bovendien: arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, een aanvullende kinderbijslag, ziekte-uitkeringen, toelagen voor werkzoekenden en toelagen voor een nieuwe start etc. De hoogte van diverse uitkeringen en pensioenen wordt jaarlijks herzien. Voor uitkeringen van de sociale voorzieningen hoeft men geen premie te betalen en zij worden meestal rechtstreeks aan de ontvanger uitgekeerd. De nadruk ligt op de ondersteuning van het inkomen en is gebaseerd op behoefte. Het in aanmerking komen voor de meeste uitkeringen hangt af van een inkomensonderzoek.

Klimaat

In Tasmanie en het zuidwesten van het vasteland vindt men hoogland waar het weer in een kort tijdsbestek snel kan veranderen. Langs de oostkust van het land ligt de Great Dividing Range, de uitgesleten overblijfselen van een massieve bergketen die de gematigde oostelijke zeekust, met zijn landbouwgrond en bevolkingscentra, scheidt van het wat drogere binnenland met eindeloze ruimte en magnifieke kleurenpracht. Naar het noorden toe liggen de welige tropische regenwouden en moeraslanden en in het westen ligt een enorm oud plateau dat abrupt eindigt in de Indische Oceaan. Het land en water heeft vele unieke soorten planten en dieren, die misschien wel net zo beroemd zijn als het landschap. Dit uniek zijn stamt van het feit dat Australië ongeveer 55 miljoen jaar geleden gescheiden werd van het supercontinent Gondwanaland, toen het zich naar het zuiden bewoog en het zeepeil steeg. De soorten die naar Australië verhuisd waren vonden zich, toen de landengte verdween, afgesloten van de rest van het continent en begonnen hun eigen specifieke kenmerken te ontwikkelen. Op grote schaal bevrijd van hun roofvijanden verbreidden vele soorten zich snel over het continent om, toen het zeepeil bleef stijgen, alleen nog meer afgesneden te worden in plaatsen zoals Tasmanie. Australië was een van de eerste naties die het belang erkende van de unieke erfenis die wij beheren. Elke dag verdwijnen er overal ter wereld gebieden die van belang zijn voor het milieu. Australië heeft positieve stappen ondernomen om gebieden die niet te vervangen zijn te preserveren. Australië heeft nu negen grote gebieden die opgenomen zijn in de lijst van de World Heritage Sites. Dit betekent dat deze gebieden, met al hun rijkdom en pracht, voor altijd behouden blijven. Gebieden die op deze manier behouden zijn omvatten de moeraslanden van Kakadu in het verre noorden, de Great Barrier Reef en Uluru of, zoals hij voorheen bekend was, ‘Ayers Rock’. Behalve de World Heritage Sites zijn er nog meer dan 2000 nationale parken en nationale wildreservaten inclusief door sneeuw bedekte bergen en hooglanden, zanderige eilanden, door de wind aangetaste rotsen en kale woestijnen. 

Akkerbouw

Melkveehouderij
De melkproductie is een belangrijke economische factor en staat op een vierde positie, na tarwe, wol en rundvleesproductie. De omzet in melk was voor het totaal boerenbedrijf ca. $ 3.1 biljoen, die van de gezamenlijke melkfabrieken ca $ 7 biljoen. Rond de 45% van de Australische melkproductie wordt geëxporteerd in verwerkte vorm. Van dit exportvolume belandt ca. 80% in Azië en het Midden-Oosten.
Het klimaat in Australië is zeer geschikt voor het houden van melkvee, hierdoor kunnen de koeien het gehele jaar grazen. Maïs- , graskuil, hooi en granen wordt afhankelijk van bedrijfsvoering en streek het hele jaar of alleen in bepaalde seizoenen bijgevoerd. Stalling beperkt zich in het algemeen tot een melkstal. Een voergang of voerplaats wordt op sommige bedrijven gebruikt wanneer veel silage of andere producten worden bijgevoerd in de natte maanden of op zeer grote melkveebedrijven. Grasgroei is in het algemeen afhankelijk van natuurlijke regenval, een uitzondering hierop vormen verschillende droogland gebieden die in de voorjaar en zomertijd gedeeltelijk of volledig geïrrigeerd worden.
Eersteklas gronden met bruto drogestof opbrengsten van 10.000 tot 18.000 kg/ha variëren in prijs van $ 6.200,- tot $ 10.000,- per ha (= $2.500-$4.000 per acre). Drogere gronden in het binnenland met drogestof opbrengsten van 4.000 tot 10.000 kg/ha variëren in prijs van $ 1.750,- tot $ 6.000,- per ha (=$ 700-$ 2.400 per acre). Geïrrigeerde gronden in de drogere regio’s met drogestof opbrengsten van 8.000 tot 18.000 kg/ha variëren in prijs van $ 3.700,- tot $ 12.500,- per ha (= $ 1.500-$ 5.000 per acre).
De gemiddelde productie per koe is sterk groeiende, momenteel is er nog een ruime marge van 5000 l tot 10.000 liter per koe. Ook het aantal koeien per melkveebedrijf groeit gestaag met een variatie van 125 tot 2.500 koeien per bedrijf. Familiebedrijven groeien richting 400 tot meer dan 700 koeien. Ook in Australië zorgt de vooruitgang in genetica, voeding, techniek en de lagere marges voor grotere kuddes en minder melkveebedrijven.
De verdeling van de geproduceerde melk over de regio’s:
Ongeveer 13,2% van de melkproductie vindt plaats in New South Wales, 62,2% in Victoria, 8,7% in Queensland, 6,1% in South Australia en 5,8% in Tasmanië.
De variabele kosten voor melkproductie liggen op een gelijk niveau met Nieuw Zeeland en dus ruim onder het kostprijs niveau van de meeste toonaangevende melkproducerende landen. In de meeste staten hebben het afkalfpatroon en de melkproductie nog min of meer een seizoensgebonden karakter. Het melkquotum is per 1 juli 2000 afgeschaft. De kostprijs per liter melk is inclusief alle toegevoegde variabele kosten 16 – 25 dollar cent. Inclusief vaste kosten is dit 23 – 28 dollar cent per liter. De kosten voor aankoop van kunstmest en krachtvoer zijn onderhevig aan marktfluctuaties. Door de goedkopere grondprijzen zijn de vaste kosten voor het produceren van een kg droge stof veel lager dan in Europa.

Varkenshouderij
De Australische varkensindustrie heeft de laatste dertig jaar een aantal grote veranderingen doorgemaakt. Sinds 1980 is het aantal varkensbedrijven van 20.000 gedaald naar 3.000. Het aantal zeugen per bedrijf wordt steeds groter. Sinds enkele jaren is de export van varkensvlees aanzienlijk gestegen naar meer dan $ 200 miljoen per jaar. Export vindt vooral plaats naar Singapore en andere Aziatische landen. Australië heeft het grote voordeel van korte afstand tot deze markten, wat het mogelijk maakt om gekoeld in plaats van gevroren vlees te leveren!
Ook in Australië moet men als varkenshouder beschikken over voldoende grond. Deze grond kan dan gebruikt worden voor het verbouwen van graan of andere gewassen en de afzet van mest. Vanwege de investering in bedrijfsgebouwen, de benodigde ruimte en bufferzone, worden de meeste nieuwe bedrijven op de drogere en goedkopere gronden gebouwd. Deze gronden kunnen vanaf een waarde van $100 per ha gekocht worden (gemiddeld $300-$500).
In Australië kent men 5 typen varkensbedrijven:
‘Farrow to weaner’ – dit is een zeugenbedrijf waar de jonge biggen gefokt worden tot aan 12-28 kg, waarna ze verkocht worden. Dit type bedrijf komt niet veel voor. Met de toenemende integratie is deze bedrijfstak nu meer in opkomst, hoewel er risico’s zijn dat in slechtere tijden het voorkomt dat de andere varkenshouders niet willen opkopen.
‘Farrow to finish’ – dit is het gesloten varkensbedrijf en is het meest voorkomend.
‘Farrow to finish’ (contract) – Dit soort bedrijven komen niet veel voor en werkt voornamelijk in combinatie met een voederfabriek. Deze levert het voer en de andere partij zorgt voor de gebouwen, bedrijfskosten en arbeid. Dit bedrijf is over het algemeen winstgevender dan de ‘weaner to baconer’ contract vorm.
‘Weaner to baconer’ (contract) – De jonge, gespeende biggen (weaners) worden afgemest tot vleesvarken op contractbasis. Deze bedrijven zijn in opkomst doordat de grotere vermeerderaars, extra afmestcapaciteit willen aantrekken zonder in grond en gebouwen te hoeven investeren. Een contract biedt meer zekerheid, maar ook beperkingen voor de ondernemer.
‘Farrow to finish’ of ‘weaner to baconer’ (contract) met akkerbouw – een van oudsher veel voorkomende combinatie in Australië. Redenen hiervoor zijn spreiding van het inkomen en dus ook van de risico’s en een betere benutting van de grond. Over het algemeen wordt er het meest graan verbouwd, sommige grotere bedrijven verbouwen ook wel asperges.
De winstgevendheid van de varkensbedrijven fluctueert vanwege de gebondenheid van de kostprijs aan graanprijzen en de afzet aan export en import. Er is een sterke toename van export van varkensvlees naar Singapore en Japan. De prijzen voor graan kunnen snel stijgen door droogte (minder aanbod) of bijvoorbeeld door hogere vraag naar graan op de wereldmarkt. De verwachting is zeer positief met een verlaging van de graanprijzen en een verhoging van de vleesprijzen.
Op dit moment wordt er voor varkens van 95-110 kg $ 2,30 betaald per kg geslacht gewicht. Bij afmesten op contractbasis worden de kosten voor het voer, de dierenarts, het transport, etc. gedekt en wordt per afmestplaats tussen de $ 34,- en $ 38,- per jaar betaald.

Waar bevinden zich de meeste varkenshouders?
De meeste varkenshouders bevinden zich in het zuiden en zuidoosten van Australië.
New South Wales 32 % Victoria 13 %
Zuid Australië 20 % Tasmanië 3 %
Queensland 18 % Noord West Territoria 0 %
West Australië 14 %

Akkerbouw
Door het gunstige klimaat kan in Australië een grote diversiteit aan gewassen verbouwd worden. Hierbij kunt u denken aan bijna alle akkerbouw- en tuinbouwgewassen zoals wij die in Nederland gewend zijn. Naast deze gewassen kunnen in Australië vele andere gewassen verbouwd worden zoals aardnoten, katoen, sorghum, pyrethrum, poppies, zonnebloemen, sojabonen, etc.

Grondprijzen:
Queensland & North New South Wales:
Droogland: $1000-$ 4500 ;Irrigatie binnenland: $3750-$ 5500; Irrigatie kuststreken: $7000-$15000
New South Wales, Victoria, Zuid Australië, West Australië:
Droogland: $ 300-$ 4000 $;Irrigatie binnenland: . $4000-$ 5500;
Irrigatie kuststreken: $7000-$12500.
Tasmanië:
Droogland: $1750-$ 5000;Irrigatie: $7500-$ 12500

Tuinbouw
Van oudsher vindt de tuinbouw en groenteteelt dicht bij de bevolkingscentra plaats. Nu is land in deze locaties zoveel waard geworden dat meer en meer van deze teelt naar het binnenland is gegaan. Aardappelen, uien en wortelen worden meer en meer op de zanderige gronden met irrigatie verbouwd. Een schoner en gewassen product trekt meer aan bij de consument van vandaag. De supermarkten en verpakkingshuizen hebben ook in Australië een grote inbreng. Er is veel export van uien naar Europa en Azië en er is een toenemende vraag voor export van Aziatische groenten.

Fruit & Notenteelt
Door de variëteit aan klimaten en grondsoorten kan men in Australië praktisch alle vruchten verbouwen. Van oudsher vindt de fruitteelt dicht bij de kust plaats. Grotere en nieuwe bedrijven vindt men nu meer landinwaarts. Er is veel export van mango’s, avocado’s, bananen, appelen en noten naar Europa en Azië.
Australië heeft het voordeel van een seizoen dat 6 maanden verschilt met dat van Europa. Met sneller transport is overbrugging tot deze markten met verse producten minder moeilijk. De industrie heeft zeer goede kansen. De meeste bedrijven hebben enkele gewassen in hun bouwplan.

Canada is van orgine een echt emigrantenland. We zien binnen de agrarische sector een grote variatie aan emigranten als ondernemer geslaagd in Canada. Voor melkveehouderij en pluimveehouderij wordt er gewerkt binnen een beschermde markt van quota en gegarandeerde opbrengstprijzen. Inzake akkerbouw zien we ondernemers investeren in grote graanbedrijven op de prairies terwijl een andere groep inzet op aardappels, bieten e.d in intensieve gebieden met eventueel irrigatie. Daarnaast zijn er volop kansen voor agariers en tuinders werkzaam in andere disciplines.

Algemeen

Canada is na het uiteenvallen van de voormalige Sovjetunie het grootste land ter wereld geworden. Het strekt zich uit tussen de Noordelijke IJszee, de Atlantische Oceaan en de grote Oceaan. Het is met zijn oppervlakte van 9.970.610 vierkante kilometer 280 keer zo groot dan Nederland. De uiterste afstand van oost naar west bedraagt 5.500 km. En de langste afstand noord-zuid bedraagt 4.600 km. Het is een land met het meest uiteenlopende natuurschoon. Men vindt er bergen (Rocky Mountains), meren, rivieren, uitgestrekte prairies en bossen. Canada bestaat uit 10 provincies en 3 territoria. Het land is lid van het Britse Gemenebest en hoewel het onder de soevereiniteit van de koningin van Engeland staat, is het praktisch onafhankelijk. De provinciale overheid staat de federale overheid bij in Canada. De provinciale overheid is vooral betrokken bij zaken die direct de inwoners aangaan. De provinciale overheid regelt de inkomstenbelasting van individuele personen en bedrijven, provinciale omzetbelasting en de belasting van overdracht van land.

Het grootste deel van de ruim 34 miljoen inwoners woont nabij de zuidelijke grens. Hier bevinden zich ook de belangrijke steden van Canada, zoals: Montreal, Toronto, Calgary, Vancouver en Ottawa (hoofdstad). 70% van de Canadese bevolking bevindt zich in de stedelijke centra.
De bevolking van Canada is een mengeling van allerlei nationaliteiten, als gevolg van de toestroom van vele immigranten. Van de Canadese bevolking komt circa 50% van origine uit West-Europa. De oorspronkelijke Canadezen zijn de Indianen en de Eskimo’s.
De mentaliteit van de bewoners van de maritieme provincies verschilt aanmerkelijk van die van de prairieprovincies en de Frans-Canadees die in Quebec woont is weer anders dan de Canadees in British-Columbia, waar door de toestroom uit Azië een heel andere mentaliteit bestaat. Kortom de bevolking van Canada is zeer heterogeen. Daar komt nog bij dat de provincies waaruit de federatie bestaat geen al te hechte eenheid vormen.
Er bestaan grote overeenkomsten tussen de Canadese en Amerikaanse maatschappij t.a.v. kleding, voeding, wonen en cultuuruitingen en mede door het feit dat de Canadese economie nogal afhankelijk is van de Verenigde Staten (VS) neemt de “veramerikanisering” nog steeds toe. Toch bestaan er ook aanmerkelijke verschillen. Zo is Canada een veel socialer land dan de VS, waar privacy en het privé-initiatief hoog in het vaandel staan.

Sociale zaken

Canada heeft door overheidsbemoeienis een goed stelsel van sociale voorzieningen, waardoor er minder sprake is van verpaupering en de schrale tegenstellingen tussen rijk en arm dan in de VS.
Canada heeft een volledige godsdienstvrijheid. De grootste drie kerkgenootschappen zijn: de Rooms-Katholieke kerk, waartoe ongeveer 45% van de bevolking behoort; de United Church of Canada, met ongeveer 18% van de bevolking het grootste protestantse kerkgenootschap, en de Anglican Church of Canada, waarvan ongeveer 12% van de bevolking lid is. Daarnaast zijn er nog tal van andere kerkgenootschappen.
Iedere ingezetene van Canada is automatisch verzekerd tegen ziektekosten. Uitgesloten zijn de kosten voor vervoer per ambulance, medicijnen, tandarts, bril en contactlenzen, hiervoor is het verstandig om u bij te verzekeren. De gezondheidszorg wordt uit de federale en provinciale belastingen gefinancierd. Alleen in British Columbia en Alberta moet iedereen een eigen bijdrage betalen. De premies zijn echter in vergelijking met Nederland uitzonderlijk laag. Het geboden pakket is vrij volledig en voor zaken die niet gedekt zijn, kan men zich aanvullend verzekeren.

Evenals Nederland kent ook Canada een stelsel voor de sociale zekerheid dat door werkgevers en werknemers (ieder 50%) wordt gefinancierd. In het algemeen liggen de uitkeringen lager dan in Nederland.
• Kinderbijslag (Familie Allowance)
Rechthebbende zijn inwoners van Canada met kinderen onder de achttien jaar die de kinderen zelf verzorgen. In Alberta en Quebec is de kinderbijslag leeftijdsafhankelijk. In Quebec is de uitkering belastbaar inkomen.
• Werkloosheidsuitkering (Unemployment Insurance)
Rechthebbende zijn mensen die meer dan 15 uur per week hebben gewerkt en jonger zijn dan 65 jaar. De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden en het werkloosheids-percentage in de streek, met een maximum van 70 weken. De uitkering is 60 % van het gemiddelde laatst verdiende inkomen. Deze uitkering kan ook verstrekt worden bij langdurige ziekte, zwangerschap, een periode na de geboorte van een kind, of opleiding in het kader van een werkgelegenheidsproject.
• Ouderdomspensioen (Oldage pension)
Iedere ingezetene van 65 jaar die minstens 10 jaar voor zijn pensioenaanvraag in Canada heeft gewoond heeft recht op een ouderdomspensioen.
De uitkering is niet afhankelijk van inkomen of arbeidsverleden.
De maximumbedragen zijn $ 658,- voor een alleenstaande of iemand met een partner die jonger is dan 65 jaar en $ 1092,- voor een echtpaar waarvan beiden 65 jaar of ouder zijn.
• Werknemersverzekeringen (Canada Pension Plan)
Deze zijn onder te verdelen in:
- Ouderdomspensioen. De premie bedraagt 4,6 % en wordt door de werknemer en werkgever ieder voor de helft betaald.
Zelfstandigen betalen de volle premie van 4,6 %.
- Arbeidsongeschiktheid. Men moet tenminste twee van de laatste drie jaar premie hebben betaald, dan wel vijf jaar van de laatste 10 jaar.
- Nabestaandenpensioen. Dit pensioen is voor de partner van de overleden premiebetaler. Er moet minimaal drie jaar premie zijn betaald.

Klimaat

Klimatologisch kent Canada 6 verschillende gebieden: Yukon, North-West Territory, Nunavut Deze gebieden worden samen met het noorden van de prairieprovincies en het noorden van Ontario en Quebec, beheerst door een poolklimaat met temperaturen die ’s winters tot 50 à 60 graden onder nul kunnen zakken en waarin het kwik ’s zomers (enkele maanden) niet boven de tien graden stijgt. British Columbia Klimatologisch komt dit gebied het meest overeen met de Nederlandse situatie. Het kustgebied van deze provincie heeft de zachtste winters van heel Canada. Door de uit de Pacific aangevoerde lucht, die tegen de Rockies omhoog moet stijgen, kent British Columbia een hoge neerslag (tussen de 100 en 140 cm per jaar), waarvan het grootste gedeelte gedurende het najaar en de winter valt. Alberta, Saskatchewan en Manitoba Deze provincies worden gekenmerkt door een typisch landklimaat: strenge winters en warme zomers. De betrekkelijk geringe hoeveelheid neerslag valt voornamelijk in het groeiseizoen, zodat het aan de gewassen ten goede komt. Het voorjaar begint laat doordat er veelvuldig sprake is van nachtvorst. Een typisch prairieverschijnsel, met name in Zuid–Alberta, is de Chinook: een droge, warme, westelijke wind die soms binnen een paar uur een temperatuursverandering teweeg kan brengen van 25 ºC. Ontario, Quebec Door aanvoer van warme luchtmassa’s uit de golf van Mexico kan het zuiden van deze provincies drukkende zomers hebben. De herfst is doorgaans aangenaam, mede door de prachtige kleuren die de bomen krijgen (Indian Summer). Het noordwesten van deze provincie wordt ’s winters beheerst door de uit de prairie’s en de Hudson Baai aangevoerde koude lucht. De winters zijn er dan ook vrij lang met veel sneeuwval. De zomers zijn in het algemeen vrij warm. De neerslag is gelijkelijk verdeeld over alle seizoenen. Met name in het zuiden van Ontario is het klimaat zodanig, dat vrijwel alle gewassen er kunnen worden verbouwd. New Brunswick, Newfoundland en Nova Scotia. Ondanks het feit dat deze gebieden aan de Atlantische oceaan liggen, is er eerder sprake van een land- dan van een zeeklimaat. Dit hangt samen met de overheersende windrichting uit het noord-oosten, die vanuit het poolgebied koude lucht aanvoert. Het gebied wordt gekenmerkt door betrekkelijk veel mist, regen en stormen. Prince Edward Island Eind mei begin juni zijn de Prince Edward Islands vol van kleur en varieert de temperatuur tussen de 8 en 22 graden. De zomer is warm, maar zelden vochtig warm. De dagtemperatuur ligt meestal rond de 20 graden, maar kan ook stijgen naar 32 graden. De herfst is mooi en helder. Eind september kan het ook nog warm zijn, maar de avonden zijn koeler. De temperatuur ligt dan tussen de 8 en 22 graden. De winter is fris, maar helder. De temperatuur schommelt in de winter tussen de –3 en –11 graden.

Akkerbouw

Het landbouwareaal van Canada bedraagt 730.000 km2, wat bijna 8 % van het totale oppervlak is.
Hiervan wordt ca. 400.000 km2 intensief bewerkt. De rest is grasland van zeer uiteenlopende kwaliteit. De voorkomende grondsoorten zijn: klei, kleileem, zand en zanderig leem.
Het Canada Land Inventory (C.L.I.) kwalificatiesysteem geeft in zeven klassen de kwaliteit aan van de landbouwgronden. Op gronden 1 t/m 3 (grote delen van de prairieprovincies en Ontario) wordt akkerbouw uitgeoefend: gronden met klasse 4 en 5 worden veelal gebruikt voor vee, terwijl gronden met klasse 6 en 7 ongeschikt zijn voor landbouwdoeleinden.Saskatchewan is de grootste graanprovincie met 54 % van de landelijke opbrengst, gevolgd door Alberta met 28 % en Manitoba met 14 %. De drie prairieprovincies nemen dus 96% van de totale graanproduktie voor hun rekening. Op het gebied van mestvee zijn Alberta en Ontario de belangrijkste producenten met respectievelijk 34 en 33 % van de totale produktie. In de zuivelsector nemen Quebec en Ontario de belangrijkste plaatsen in met in totaal 68% van de totale produktie.
Ten aanzien van fruitteelt, groenten, eieren en slachtkippen is Ontario de grootste producent.

Melkveehouderij
In Canada zijn op dit moment in totaal ca. 16.970 melkveebedrijven. Gelet op het oppervlak 280 x zo groot als Nederland, is dit in vergelijking met Nederland, waar zich ongeveer 37.000 melkveehouders bevinden, relatief weinig. Dit geeft aan dat er in Canada veel meer ruimte is om melkveehouderij te bedrijven. Gemiddeld zijn er in Canada 72 melkkoeien aanwezig per bedrijf.
In Canada zijn de melkveehouders verenigd in een Milk Marketing Board. Deze Milk Marketing Boards, door de boeren zelf opgericht om de markt voor melk te reguleren, werken op provinciaal niveau. De Boards worden gefinancierd door de boeren d.m.v. heffingen op de verkochte melk, aanslagen naar grondbezit en kortingen op opbrengsten. Zo’n Board geeft een melkveehouder meer zekerheid omtrent de afzet van zijn product.
Activiteiten van de Milk Marketing Boards zijn:
• Zorgen voor een constant aanbod (bundeling van de verkoop van de totale productie)
• Zorgen voor stabiele prijzen (prijsonderhandelingen)
• Efficiënt marketingsysteem
• Product Promotie

De Milk Marketing Boards behartigen dus de belangen van de melkveehouders in Canada. Evenals in Nederland is ook de productie van melk gebonden aan een maximumhoeveelheid. Door instelling van een melkquotum heeft de overheid zaken gedelegeerd aan de Milk Marketing Boards. Na het voorgaande is het duidelijk dat de invloed van de Milk Marketing Boards groot is in de melkveehouderij in Canada.

Akkerbouw
De provincies Alberta, Saskatchewan en Manitoba zijn verdeeld in vijf grond zones: brown, dark brown, black, dark gray en gray. De grondsoorten kunnen als volgt gekenmerkt worden.
• Op de bruine gronden ziet men een grote variatie in gewassen en opbrengsten. De grond is meer gevoelig voor droogte.
• In de regio’s waar men de zwarte gronden treft, ligt de gemiddelde neerslag hoger en de grond houdt beter het vocht vast. Hierdoor zijn de opbrengsten hoger en is de grond zelden gevoelig voor droogte.
• De grijze gronden vindt men in de noordelijke regionen van de drie provincies. Deze grond wordt gekenmerkt door meer regenval, koudere temperaturen en een korter groeiseizoen.
De gewassen welke voornamelijk in Western Canada worden verbouwd zijn: tarwe, gerst, haver, koolzaad en timothee hooi. Daarnaast worden ook linzen, erwten, aardappelen en suikerbieten verbouwd.

Alberta: De brown soils komen voor in de semi-droge gebieden in zuid-oost Alberta (Medicine Hat, Brooks, Oyen). De jaarlijkse neerslag is ongeveer 300 mm. De graanproductie in dit gebied is het meest beperkt door de grondvochtigheid. Daarnaast kan winderosie ook een groot probleem zijn in dit gebied. De kosten voor grond bedragen ongeveer $700-$1000/acre. De dark brown soils (Lethbridge, Calgary, Stettler, Vermillion) krijgen gemiddeld een jaarlijkse neerslag van ongeveer 350 mm. De kosten voor deze grond bedragen ongeveer $1500-$2000/acre.In de black soils gebieden hebben de grondvochtigheid en de neerslag in de zomer grote invloed op de opbrengsten. De black soils liggen in een strook tussen Calgary en ten noorden van Edmonton. De neerslag in dit gebied ligt tussen de 450 mm en 600 mm per jaar. De kosten van deze grond variëren tussen de $2000-$3500/acre. De gray soils liggen in centraal Alberta tegen de Rockey moutains (Rockey Mountain House, Rimbey, Breton, Edson, Barrhead en Westlock) en in het gebied van Peace River. De neerslag in dit gebied is minder beperkend vergeleken met de andere gebieden in Alberta, maar het groeiseizoen is korter. De neerslag in dit gebied is vaak meer dan 600 mm per jaar. De kosten van de grond in dit gebied liggen rond de $1200-$2000 per acre.Er zijn 13 irrigatiegebieden in Alberta. Ongeveer 1.300.000 acres worden beregend in Zuid Alberta. Geïrrigeerde grond in dit gebied kost $3000-$5000 per acre.

Saskatchewan: De grondprijzen in Saskatchewan liggen tussen de $500 - $2000 per acre. In het zuidwesten van Saskatchewan vindt men de Brown soils. Dit gebied is te vergelijken met het gebied in het zuidwesten van Alberta. De kosten voor de grond in het gebied rond Outlook liggen rond de $2000 per acre inclusief beregening. De dark brown soils strekken zich uit tussen Saskatoon en Regina. De Regina Plains is een gebied met zware kleigrond.
In de omgeving van Melfort vindt men de black soils. Dit gebied wordt gekenmerkt door een hoge regenval van gemiddeld 650 mm per jaar. De grondprijs in dit gebied ligt tussen de $1200 - $1500 per acre.

Manitoba: Van het totale landbouwareaal in Manitoba (19 miljoen acres) wordt 11,8 miljoen bewerkt voor de akkerbouw. De gemiddelde grootte van de bedrijven ligt op 785 acres per bedrijf. Het grootste gedeelte van het landbouwareaal ligt in het gebied van de Black soils. Ten oosten van de hoofdstad Winnipeg vindt men een goed akkerbouwgebied. In dit gebied zijn tevens twee aardappelfabrieken in Purtase en Carman gevestigd. De prijzen voor de grond inclusief beregening liggen hier tussen $ 2500 en $3500 per acre. In het gebied ten zuiden van Winnipeg liggen de grondprijzen tussen $1500 en $2000 per acre. Wanneer men wat meer in het westen van Manitoba komt, treft men over het algemeen meer stenen in de grond.

Ontario: Het langste groeiseizoen, 3500 Heat Units (H.U.) heeft men in het zuiden van Ontario en aan de noordkust van het Erie meer.
De grond bestaat uit fox sandy loam waarop een grote verscheidenheid aan gewassen wordt verbouwd, waaronder tomaten, mais en andere groenten, fruitboomgaarden, druiven en veldgewassen voor zaad, d.w.z. zaaimais op contractbasis voor zaadbedrijven. In de omgeving van Learnington zijn veel broeikassen voor tomaten, komkommers en bloemen. De grond is hier duur, ca. $11.000/acre. In Essex County is een kleigebied dat zich uitstrekt over de noordkust en de zuidkust van de meren. Voor de lichtere grond wordt ca $4000 - $5000/acre betaald. Voor de klei ca $3.500/acre.
De grond in Kent County bestaat uit zandgrond, sandy-loam en clay- loamgrond. Hierop verbouwt men bonen, tarwe, zaaimais en tomaten. De "Heinz" plant is erg populair in Learnington. Huron en Perth Counties zijn goede agrarische gebieden met 2700-2900 H.U. Het zijn gebieden waar veel vee wordt gehouden, alsmede soja-bonen, witte bonen, graan, mais, tarwe en kleine granen (haver, gerst en canola). Het gebied beschikt over goede grond waaronder clay loam grond, perth clay, huron clay en ook loam soil gebieden. De kosten voor grond bedragen $5000 - $6000/per acre, op sommige plaatsen zelfs $8000 per acre.

Pluimveehouderij
De pluimveehouderij is in Canada quotumgebonden. Voor het produceren van vleeskuikens, leghennen, moederdieren en kalkoenen is quotum nodig. Hierdoor is de pluimveehouderij kapitaalintensief. De rendementen zijn goed doordat men een gegarandeerde opbrengstprijs ontvangt voor vlees en eieren. Men kan met een relatief klein bedrijf en weinig arbeid al een goed gezinsinkomen realiseren.

Varkenshouderij
Vanaf eind jaren '90 is de varkenshouderij sterk gegroeid in Canada. Dit is vooral toe te wijzen aan de prairieprovincies Manitoba en Saskatchewan. In deze provincies wordt de varkenshouderij sterk gestimuleerd om een meerwaarde te brengen aan het graan. Het transport van Canadees graan naar de grote havens is niet langer gesubsidieerd, en daardoor zijn de voerkosten in deze provincies erg laag. Quebec is nog steeds de provincie met de meeste varkens, gevolgd door Ontario en Manitoba.
Echter vanaf 2007 is de varkenspopulatie in Canada dalende door de slechte economische omstandigheden. De varkenspopulatie in Canada zit nu op 11,8 miljoen varkens, waarvan 1,3 miljoen zeugenen fokgelten. De grootste afzetmarkten voor Canada zijn de VS en Japan. Het grootste deel van de varkens worden in Canada geslacht. Er zijn zowel in de zeugenindustrie als in de mestvarkenindustrie verschillende contracten af te sluiten. Afhankelijk van het risico dat men wil dragen kunnen er loups contracten (bedrag per varken + bonus voor kwaliteit) of andere contracten (coöperatie zorgt voor voer en biggen) worden afgesloten. De loups contracten worden voor minimaal 5 jaar afgesloten, maar zorgen voor een gegarandeerd inkomen. Met deze contracten zijn er goede mogelijkheden om met relatief weinig kapitaal in de varkenshouderij te starten.

Voor veel ondernemers biedt Denemarken goede mogelijkheden, vanwege de lagere investeringskosten, uitbreidingsmogelijkheden, goed sociaal stelsel en de gunstige afstand naar Nederland. Voor ondernemers met een relatief klein eigen vermogen zijn er mogelijkheden om in Denemarken een agrarisch bedrijf te starten. Denemarken is aanmerkelijk minder dicht bevolkt in vergelijking tot Nederland. Door sterk ontwikkelde schaalvergroting van de laatste jaren kennen Deense bedrijven mooie funktionele gebouwen op van oudsher mooie verkavelde percelen.

Algemeen

Denemarken is één van de oudste koninkrijken ter wereld. Denemarken bestaat uit het grote schiereiland Jutland en enkele grote eilanden. Het eiland Funen is via een brug met Jutland verbonden. Het eiland Sjaelland is verbonden met Funen d.m.v. een tunnel en een brug. Hiernaast behoren Groenland en de eilandengroep Faeröer tot de staat Denemarken. De hoofdstad Kopenhagen is gelegen op het eiland Sjaelland. De enige landgrens is die met de Duitse deelstaat Schleswig-Holstein. Sinds kort is er een brug tussen Denemarken en Zweden. Voor het overige wordt Denemarken omringd door de Noordzee (westen), het Kattegat tussen Jutland en Zweden en de Sont tussen Sjaeland en Zweden. De hoofdstad Kopenhagen is gelegen aan de zee de Sont en telt ongeveer anderhalf miljoen inwoners. Deze havenstad is het handelscentrum voor o.a. industrie, brouwerijen (Carlsberg, Tuborg) en de scheepsbouw (Maersk). Denemarken telt ca.5,5 miljoen inwoners. Dit houdt in dat er gemiddeld op één vierkante kilometer 123 mensen wonen. Meer dan de helft van de Denen wonen op de eilanden ten oosten van Jutland, ongeveer een kwart van de bevolking woont in of rond de hoofdstad Kopenhagen. Op dit moment woont ruim 80% van de bevolking in de steden, dit aantal zal verder toenemen als gevolg van de industriële groei.

Sociale zaken

Sociale premies worden betaald via de belasting. Men hoeft hierdoor geen schoolgeld, geen ziekenfonds en geen AOW-premies af te dragen. Kinderen zijn in Denemarken tussen hun 7e en hun 16e jaar leerplichtig. Vanaf hun derde kunnen ze naar een børnehave (soort kleuterschool), vanaf hun zesde kunnen ze naar het voorbereidende jaar voor de grondschool (basisschool). De meeste dorpen beschikken over een school. De grondschool duurt negen jaar, waarna het mogelijk is de tiende klas te kiezen, die zich dan vaak in de hoofdplaats van de gemeente bevindt. De meeste kinderen (93%) gaan naar de folkescholen, die gratis zijn. Volgens de huidige grondwet is de Evangelisch-Lutherse kerk de Deense folkekirken (= volkskerk) en als zodanig wordt deze gesteund door de staat. Ca. 95% van de Denen is lid van de Folkekirken. Behalve leden van Folkekirken leven in Denemarken ongeveer 6500 roomskatholieken, 700 hervormden, 6500 baptisten. Deze kerken zijn door de Deense staat erkend.

Klimaat

Denemarken heeft net als Nederland een zeeklimaat. Het klimaat verschilt dan ook niet veel met die van Nederland. Gemiddeld valt er per jaar zo’n 664 mm neerslag, de helft valt tussen juli en oktober. De natste maand is augustus met 81 mm, de droogste maand is februari, in deze maand valt gemiddeld 39 mm. In de zomer zorgen de soms stormachtige winden uit het westen voor verkoeling. De winters zijn gematigd als gevolg van een golfstroom uit het westen die de kou tempert. Denemarken heeft over het algemeen meer uren zon dan in Nederland (ca. 10%!). Het Deense weer is veranderlijk, maar nooit extreem. April en mei zijn mild. De maanden juni, juli en augustus zijn over het algemeen warm (gem. 16,6˚C). Een typische Deense zomer heeft wisselend periodes met regen en periodes met zon. De lentemaanden zijn aangenaam, maar koeler. De winter maanden zijn koel en soms koud, een lichte sneeuw is normaal. Februari is de koudste maand van het jaar met een gemiddelde temperatuur van –0,4˚C.

Akkerbouw

Denemarken produceert voedsel voor ongeveer 15 miljoen mensen (drie maal de behoefte van Denemarken), 2/3 wordt geëxporteerd. Ondanks de belangrijke rol van de landbouw in Denemarken werken er maar 96.000 mensen ofwel 3% van het totaal aantal werkende mensen in Denemarken in de landbouw. Denemarken heeft zo’n 42.000 agrarische bedrijven, in 1950 lag dit aantal nog op 200.000 bedrijven. De gemiddelde omvang van de agrarische bedrijven is de laatste 10 jaar gestegen van 21 naar 65 ha. De gemiddelde leeftijd van de Deense boer ligt op 52 jaar.

Melkveehouderij
Denemarken is een zuivelland dat net als Nederland veel zuivel exporteert. Het landelijk melkquotum heeft een omvang van 4,6 miljard kg (Nederland 11 miljard kg). De export van de zuivelproducten gebeurt voor een groot deel naar de EU (Duitsland 20%, Groot Brittanië 15%).
Alle melkveehouders kunnen via de quotumbeurs quotum kopen. Er worden vier beursronden per jaar gehouden. De prijs wordt vastgesteld door het gemiddelde van vraag en aanbod te bepalen. Van alle transacties wordt 1% afgeroomd ten behoeve van starters. Alle transacties buiten de beurs om worden met 50% gekort. Om overproductie van mest in concentratie gebieden te voorkomen, geldt voor de Deense landbouw dat er een evenwicht moet heersen tussen het aantal dieren op het bedrijf en het aantal hectares. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende diersoorten, de hoeveelheid dieren en het aantal hectares in eigendom. Men moet 30% van de benodigde grond in eigendom hebben. De rest van de mest kan men via pacht of mestafzetafspraken kwijt.
Alle veehouders moeten een bouwplan inleveren bij het plantdirektorat. Hierin worden de teelten per perceel aangegeven met daarbij de geplande bemesting. De landbouwvereniging berekent vervolgens de hoeveelheid kunstmest die men mag strooien, rekening houdend met een stikstofbenutting van 45% uit drijfmest.
In de maanden van oktober t/m januari geldt een uitrij verbod van mest. De opslagcapaciteit van mest is voor bestaande bedrijven 7 maanden en voor nieuwbouw geldt een opslagcapaciteit van 9 maanden.
Van oudsher zijn in Denemarken de bedrijven op de kavel gebouwd, zodat de meeste “oorspronkelijke” grond rond de gebouwen ligt.
De Denen zijn van oorsprong akkerbouwers, die vee zijn gaan houden om hun gewassen te voeren en het stro te gebruiken. Nog steeds wordt er veel akkerbouw bedreven in Denemarken, men ziet dan ook zeer veel granen in Denemarken. Verder wordt er in Denemarken maïs verbouwd. De opbrengsten zijn ongeveer 80% van die in Nederland, in Denemarken wordt over het algemeen extensiever geboerd dan in Nederland.
De grondsoorten variëren van lichte zandgrond tot kleigrond. De lichtere zandgronden zal men in het algemeen in de periode juli/augustus moeten beregenen, daar deze maanden vaak warm en droog zijn.

Duitsland biedt goede mogelijkheden voor gezinsbedrijven, echter ook uitgelezen kansen voor grootschalige landbouw bedrijven. De structuur van West-Duitsland is vergelijkbaar met Nederland met als verschil dat de investeringen nogal wat lager liggen en in de regel de bedrijven extensiever zijn dan in Nederland. Het sociale klimaat in West-Duitsland is vergelijkbaar met Nederland, waardoor een snelle inburgering mogelijk is. In het oostelijk deel van Duitsland groeit het sociale klimaat ook in de richting van de situatie in het westelijk deel. De afstand tot Nederland is gering, waardoor het eenvoudig is contacten te onderhouden. Het oosten biedt de beste mogelijkheden voor de aankoop van grootschalige landbouw-bedrijven doordat de strukturen die ontstaan zijn in het communistische tijdperk nog steeds voorhanden zijn. Hierdoor heeft men schaalvoordelen en wordt er een stevige positie gecreëerd op de Europese markt en voor de toekomst op de wereldmarkt. De andere sectoren hebben tevens een sterke positie, vooral de akkerbouw is een bloeiende en welvarende sector. De intensieve veehouderij wordt gestimuleerd omdat deze sector werkgelegenheid biedt.

Algemeen

Duitsland is 8,6 keer zo groot als Nederland. In Duitsland wonen 83 miljoen mensen en het heeft een bevolkingsdichtheid van 233 inwoners per vierkante kilometer. Duitsland is opgedeeld in 16 deelstaten, waarvan zes in Oost-Duitsland, te weten Mecklenburg-Vorpommern, Brandenburg, Sachsen-Anhalt, Thüringen, Sachsen en de stadsdeelstaat Berlijn. De volgende deelstaten liggen in het westen: Schleswig-Holstein, Hamburg, Niedersachsen, Bremen, Nordrhein-Westfalen, Hessen, Rheinland-Pfalz, Saarland, Baden-Wurttemberg en Bayern. De levensverwachting van de Duitse man is 74,5 jaar en van de vrouw 80,9 jaar. De vrouw heeft gemiddeld 1.4 kinderen. De Duitsers zien zichzelf als bescheiden, eenvoudig en eerlijk. Ze zijn niet hebberig en betalen hun rekeningen op tijd. Ze vinden dat ze goed geschoold zijn. Door buitenlanders worden Duitsers gezien als doelmatig, zelfingenomen, hoogmoedig en overheersend en goed in zaken. Duitsers leven serieus, ze houden zich aan de regels. Dit heeft tot gevolg dat je bijvoorbeeld niet zomaar je loopbaan in de accountancy kunt afbreken voor een baan in de computerbranche. Duitsers houden van doelmatigheid, organisatie, discipline en nauwgezetheid, oftewel van orde. Als een Duitser het niet met je eens is zal hij dit ronduit zeggen. Andermans gevoelens worden niet gespaard. Perfectionisme is een belangrijke eigenaardigheid van de Duitsers. Verder hebben ze grote waardering voor opvoeding en cultuur.

Sociale zaken

Sinds 3 oktober 1990 gelden de sociale verzekeringswetten van West-Duitsland voor geheel Duitsland. In het kader van de ziektekosten worden o.a. medische verzorging, medicijnen, ziekenhuiskosten, zwangerschapskosten en thuiszorg vergoed. De werkgever betaalt de sociale premies en verrekent deze met het inkomen van de werknemer. Op 1 januari 1992 is een verplichte pensioenverzekering in werking getreden voor het oosten van Duitsland. De kosten hiervan worden door werknemer en werkgever gedeeld.
In Duitsland hebben agrariërs vier verplichte verzekeringen, welke hieronder staan beschreven.

Gezondheidszorg
De Krankenkasse is de verzekering voor ziektekosten. Deze premie is afhankelijk van het inkomen. Deze basisverzekering vergoedt alles, zoals dokters-, tandarts- en ziekenhuiskosten. Voor medicijnen en speciale handelingen, bijvoorbeeld brilglazen of acupunctuur, geldt wel een eigen bijdrage of kan een aanvullende verzekering afgesloten worden.
Pensioen
De AOW wordt opgebouwd in de loop van de jaren, dit geldt zowel voor de boer als de boerin. Deze bijdrage hangt af van het inkomen. Het pensioen geldt vanaf 67 jaar.
Bedrijfsverzekering
Deze verzekering, Berufsgenossenschaft, is ook verplicht voor alle boerenbedrijven in Duitsland. Voor deze verzekering moet jaarlijks een bedrag, afhankelijk van de bedrijfsgrootte, worden betaald. Het bedrijf kan 1 x per jaar helemaal gekeurd worden. Er wordt dan vooral gelet op de veiligheid en op milieumaatregelen. Wanneer er bepaalde zaken niet in orde zijn, moet dit binnen twee weken gerepareerd of hersteld worden: is dit dan nog niet gebeurd dan wordt er een boete opgelegd. Is het bedrijf goedgekeurd, dan is iedereen die op het bedrijf aanwezig is, zowel gezin als de visite, verzekerd voor alle ongevallen en/of schade.
Kinderbijslag
De kinderbijslag begint bij de geboorte van het eerste kind. De kinderbijslag wordt per maand uitbetaald.

Klimaat

Het Duitse klimaat wordt bepaald door gematigde westenwinden van de Atlantische Oceaan en de Noordzee. Extreme weersituaties of grote temperatuurschommelingen komen niet voor. Het gematigde klimaat van Duitsland is daarom gedefinieerd als een zeeklimaat. In het oosten neigt het klimaat meer naar een landklimaat, maar overheersen de zeeklimaateigenschappen. In het noorden zijn Sauerland, Rheinland Pfalz en de Harz natte gebieden met rond de 1400 millimeter regen. Het oosten van Duitsland is een stuk droger. In Berlijn valt jaarlijks 591 millimeter en in Magdeburg 513 millimeter. Elders in het land valt tussen de 600 en 800 millimeter regen.

Akkerbouw

In Duitsland ligt veel vruchtbare grond. Door het goede klimaat is deze geschikt voor de landbouw. De agrarische sector levert ongeveer twee derde van het voedsel dat in Duitsland nodig is. De meeste verbouwde gewassen zijn aardappels, rogge, koolzaad, suikerbieten, tarwe, kool en druiven. De Duitse wijnen en bieren zijn geliefd. Ze worden naar landen over de hele wereld geexporteerd. De grondprijs in het westen heeft het niveau van Nederland nog niet bereikt, waardoor er hier nog steeds de mogelijkheid bestaat om een schaalvergroting te realiseren. In het noordelijke deel van West-Duitsland is de grond nog voor een acceptabele prijs te verkrijgen. Als voorbeeld enkele richtlijnen in de noordelijke weidegebieden:

  • Grasland veen 8.000 – 10.000 €/ha,
  • Grasland klei 9.000 – 12.000 € /ha,
  • Grasland zand 10.000 - 15.000 € /ha,
  • Aakkerland 10.000 – 17.000 € /ha,
  • Pachtland 225 – 400 € /ha. 
  • Het Emsland/ Osnabrucker land is te koop voor 12.000 – 20.000 € /ha en de pacht 300 – 500 € /ha. 
  • In Rheinland-Pfalz liggen de grondprijzen tussen de 6.000 - 10.000 €/ha en de pacht op 60 - 150 €/ha.
  • In het oosten liggen de prijzen in Mecklenburg Vorpommern op 6.000 – 10.000 €/ha. 
  • In de Magdeburger Börde liggen de prijzen op 10.000 – 18.000 €/ha

De melkveehouderijbedrijven in het oosten van Duitsland zijn veel grootschaliger dan in Nederland. Het aantal kleine familiebedrijven is de laatste jaren sterk toegenomen. De krachtvoerkosten zijn evenals de melkprijs vergelijkbaar met Nederland.
In het westen van Duitsland vinden we vooral familie bedrijven net als in Nederland, de opbouw is wel anders. De bedrijven hebben in verhouding meer grond, hierdoor is het mogelijk om extensiever te boeren, waardoor het makkelijker wordt om aan de eisen vanuit Brussel te voldoen. De melkproductie per koe is de laatste jaren ook toegenomen.

Melkquotum
Het melkquotum is bedrijfsgebonden, echter wel verhandelbaar. Drie maal per jaar op 1 april, 1 juli en 30 oktober, wordt er melkquotum verhandeld via de beurs.
Een maand van tevoren dient een aanvraag of aanbod ingeleverd worden. Dit systeem is op 1 april 2001 ingevoerd. Sindsdien is de mogelijkheid van nieuw af te sluiten pachtovereenkomsten vervallen. Wel kunnen er pachtovereenkomsten overgenomen worden wanneer een bedrijf in zijn geheel overgenomen wordt. De gegevens van de melkquotumbeurzen zijn te vinden in het Archiv op de internetsite: www.bauernverband.de.

Frankrijk is zeer "boer-vriendelijk" omdat men de leefbaarheid van het platteland hoog wil houden. Voor de melkveehouderij liggen er goede mogelijkheden voor gezinsbedrijven in vooral de gebieden Normandie en Bretagne, vooral het milde klimaat met voldoende neerslag is uitstekend voor melkveehouderij. Ten noorden van de lijn Parijs en net onder de stad Parijs bevinden zich prachtige akkerbouwgebieden met grote percelen. Wat meer centraal bevinden zich ook gebieden met goede graanbedrijven. Frankrijk is wel vrij burocratisch dus tijdens de aankoop dienen er verschillende instanties geraadpleegd te worden voor de koop definitief is. Ook het niet vrij verhandelen van melkquota beperkt de groeimogelijkheden nog op dit moment.

Algemeen

Frankrijk is met een oppervlakte van 551.700 km² het grootste land van West-Europa. Het land is 13,5 keer zo groot als Nederland. Het Kanaal, Belgiё en Luxemburg vormen de noordelijke begrenzing van Frankrijk. In het oosten grenst het land aan Duitsland en Zwitserland, in het zuiden aan Italië, de Middellandse Zee, Spanje en Andorra. De westelijke grens wordt bepaald door de Atlantische Oceaan. Frankrijk is topografisch bijzonder gevarieerd. Bijna tweederde van het oppervlakte bestaat uit glooiende en heuvelachtige laagvlakten. In 2011 telde Frankrijk inclusief de overzeese departementen 65 miljoen mensen. De gemiddelde bevolkingsdichtheid in Frankrijk is 111 inwoners per km². Dit is vrij weinig in vergelijking met Nederland waar de gemiddelde bevolkingsdichtheid 452 inwoners per km² is. In Frankrijk zijn de regionale verschillen in dit opzicht groot. Zo heeft Parijs ruim 20.000 inwoners per km², terwijl de provincie Gard maar op 91 inwoners per km² uitkomt. Ile-de-France en Nord-Pas-de-Calais zijn de enige regio's met een gemiddelde bevolkingsdichtheid van meer dan 200 inwoners per km². De landbouw speelt een grotere rol dan in de economieën van de meeste andere industrielanden, wat gedeeltelijk te verklaren is uit de betrekkelijk lage bevolkingsdichtheid en uit het belang dat aan het platteland wordt toegekend voor de nationale identiteit. Fransen en Nederlanders verschillen op een aantal punten behoorlijk van elkaar. Vooral op het gebied van de arbeid zijn er grote verschillen. Nederlanders hebben zich van oudsher intensief beziggehouden met zeevaart en internationale handel. Bij de Fransen is het anders gegaan, de grond in Frankrijk was en is bijna overal rijk en vruchtbaar en de Franse boer is ook altijd zeer gehecht geweest aan deze grond.

Sociale zaken

In 1945 is het Franse stelsel van sociale zekerheid, dat gebaseerd is op het principe van de verdeling ingevoerd. Binnen de Franse sociale zekerheid kan onderscheid worden gemaakt in een regeling voor werknemers en een regeling voor de zelfstandigen. De algemene regeling voor werknemers omvat een ziektekostenverzekering, een verzekering voor arbeidsongevallen en beroepsziekten, invaliditeit, pensioenen en overlijden, werkloosheidsuitkeringen en gezinstoelagen. Iedereen die gesalarieerd is, zit in het ziekenfonds en heeft een Numero de Securité Sociale, wat hetzelfde is als ons registratienummer. Voor zelfstandigen is er een gemeenschappelijke ziektekostenverzekering, maar de pensioen-, invaliditeits-en nabestaandenverzekeringen zijn per beroepsgroep geregeld. Zelfstandigen ontvangen net als werknemers gezinstoelagen, maar hebben geen recht op werkloosheidsuitkeringen. Het systeem van de zelfstandigen hangt van de Franse staat af. Voor agrariërs is dit de M.S.A. (Mutualité Sociale Agricole, berekend volgens de belastingopgave). Doordat 60 % van de beroepsbevolking uit vrouwen bestaat (tijdens de WO1 kregen vrouwen een volwaardige plaats in het arbeidsproces), zijn de voorzieningen voor dagopvang voor kinderen goed geregeld. Vanaf drie jaar kunnen de kinderen naar de kleuterschool (la maternelle). Het basisonderwijs (école primaire) begint voor kinderen van zes jaar en eindigt op elf jarige leeftijd. Hierna is er het verplichte voortgezet onderwijs (école secondaire), dat bestaat uit een vier jarig programma. Het aansluitende "enseignement supérieur" is vergelijkbaar met Nederlands onderwijs op universitair en hbo-niveau. In 1905 is de scheiding tussen kerk en staat bij de wet vastgelegd. Van de bevolking is 64 % Rooms-Katholiek. Het protestantisme heeft een aanhang van 2 % en 6 % is moslim. De rest van de bevolking is niet kerkelijk.

Klimaat

Frankrijk vertoont sterke variaties in klimatologische omstandigheden, die samenhangen met de naar het oosten afnemende invloed van de Atlantische oceaan, de invloed van de Middellandse Zee in het zuidoosten en de aanwezigheid van gebergten. Als gevolg van de langzame verwarming van het zeewater in het voorjaar en de langzame afkoeling in het najaar, is de temperatuur langs de kust in het najaar vaak belangrijk hoger dan in het voorjaar. Hoewel het grootste deel van Frankrijk een gematigd klimaat heeft liggen de waargenomen temperatuurextremen toch ver uiteen. De meeste neerslag valt langs de westkust, op vele plaatsen meer dan 1000 mm per jaar, met een maximum in het najaar. In het zuidoosten van Frankrijk, Avignon en Marseille, valt de minste neerslag, jaarlijks 600 mm. De hoeveelheid neerslag wordt voor een belangrijk deel bepaald door de aanwezigheid van gebergtes. Sneeuw van betekenis komt bijna alleen in de bergen voor. Het aantal uren zonneschijn neemt in het algemeen toe als men de Middellandse-Zeekust nadert, vooral gedurende de zomermaanden. De windrichting is overwegend westelijk met daarnaast een voorkeur voor noordelijke richtingen. Tijdens een noordelijke wind komt in het Rhônedal de mistral tot ontwikkeling. Andere lokale winden zijn de föhnachtige autan en de koude noordelijke bise.

Akkerbouw

Door de verschillen in het klimaat is de teelt van zeer veel verschillende landbouwproducten mogelijk. Frankrijk bezit 320.000 km² cultuurgrond (± 60 % van de totale landoppervlakte). Hiervan is ± 53 % akkerland, ruim 41 % blijvend grasland en bijna 5 % is bedekt met blijvende gewassen zoals fruit, olijven en wijngaarden.
Het aandeel van de agrarische sector in het BBP en de werkgelegenheid mag dan afnemen, maar de invloed van de sector op de politiek (tijdens de GATT-onderhandelingen bijvoorbeeld) blijft naar verhouding groot. Het economisch welzijn van hele provincies staat of valt immers met het winstgevend kunnen produceren en verwerken van landbouwproducten. De landbouwproductie is tot nu toe merendeels grootschalig.

Melkveehouderij

De melkveehouderij in Frankrijk wordt vooral in Bretagne en Normandië uitgeoefend. Hier zitten dan ook de meeste bedrijven waar full-time werk voor de agrariër op het bedrijf aanwezig is. In 2007 telde Frankrijk 94.000 melkveehouders. De gemiddelde bedrijfsgrootte van deze bedrijven is 50 ha, met een melkquotum van 250.000 kg. De melkveebedrijven zijn hoofdzakelijk gemengd. Maïs wordt veel verbouwd voor de eigen ruwvoervoorziening en heeft een veel groter aandeel dan gras. Granen worden veel verbouwd omdat o.a. het stro goed gebruikt kan worden in de potstallen, waarvan er nog veel te vinden zijn in Frankrijk. De bedrijven hebben vaak een riant woonhuis, waar diverse generaties, gezamenlijk in wonen.De machines die op het bedrijf aanwezig zijn, zijn vaak alleen die machines die veel gebruikt worden. Wanneer een agrariër gebruik wil maken van een machine die vrij duur is, kan hij/zij zich aansluiten bij een "C.U.M.A." (Coopération d'Utilisation Matérial Agricole). Dit is een werktuigencoöperatie waar iedereen, afhankelijk van het aantal hectares, een deel van de kosten van de machines betaalt. Het quotum van de Franse boer is niet los te verhandelen, maar is grondgebonden. De agrariër weet dat het quotum voor anderen wel waarde heeft, zodat bij verkoop van land de grondprijs soms iets wordt verhoogd. Bij de verkoop van een los perceel kan een afromingspercentage m.b.t. het quotum worden gehanteerd van 10 % tot 50 %, afhankelijk van de situatie van de ondernemer. De melkcommissie van het departement beslist het uiteindelijke afromingspercentage. Doordat het klimaat in Bretagne en Normandië milder is dan in Nederland, kan het vee een stuk langer buiten blijven lopen. Dat de koeien negen maanden buiten kunnen blijven is geen uitzondering.

Akkerbouw

De vruchtbaarste landbouwzones komen voor op de leemplateaus van het Bekken van Parijs en in het noorden (tarwe, suikerbieten, koolzaad, vlas). Ook de Elzas, de grote riviervalleien en de geïrrigeerde zones in het zuiden zijn rijke landbouwgebieden. De haver- en gerstteelt is meer verspreid; behalve in de hierboven genoemde gebieden is zij ook elders in Noord-Frankrijk belangrijk. Maïsteelt komt voor in Acquitaine en Langedoc. Tuinbouw is vooral gelokaliseerd in de valleien van Loire, Garonne, Rhône en langs de Middellandse zeekust. De voornaamste wijngebieden zijn te vinden langs de oevers van de Rhône, de Garonne en de Loire, op de hellingen van Alsace, Champagne en France en in het westelijk Middellandse Zeegebied. De cultuurgrond in Bretagne en Normandië is van goede kwaliteit maar zeer divers. Sommige percelen zijn steenrijk, terwijl op andere percelen geen steen te vinden is. Het gebied is vrij glooiend, zonder de bedrijfsvoering in gevaar te brengen. Dit kan mooie vergezichten tot gevolg hebben.
De prijs die men voor een hectare grond moet betalen is afhankelijk van de kwaliteit, maar ligt voor goed land globaal tussen de € 3.000,- en € 20.000,-De pachtprijs in Frankrijk voor een hectare grond ligt tussen de € 150,- en € 300,-.

Algemeen

Sociale zaken

Klimaat

Akkerbouw

Hongarije is een land in Centraal-Europa, van noord naar zuid doorsneden door de Donau en grenzend aan Oostenrijk, Slowakije, Oekraïne, Roemenië, Servië, Kroatië en Slovenië. Hongarije heeft een gematigd landklimaat. In de hoogste delen van het Transdanubisch Middelgebergte en het Noordelijk Middelgebergte heerst een subalpien klimaat. De Grote Laagvlakte heeft een echt landklimaat. Hongarije heeft koude, natte winters en warme zomers. De gemiddelde januari-temperatuur is in het westen en zuidwesten ca. 0 °C. De gemiddelde juli-temperatuur ligt tussen 18 °C in het noordwesten en 22 °C in het zuidoosten. Hongarije heeft vrij veel zonne-uren, gemiddeld 2000 uur per jaar. De jaarlijkse gemiddelde neerslag (500 mm) is vrij laag als gevolg van de regenschaduw van de Alpen, maar varieert onder invloed van de Atlantische Oceaan. In de winter is het land soms bedekt met een dik sneeuwtapijt. Na 1989 is Hongarije overgestapt van een planeconomie met marktelementen naar een sociale markteconomie. Onrendabele bedrijven zijn gesloten, de landbouwcollectieven ontbonden. De eerste paar jaar leidde dit tot een scherpe daling van de productie, maar sinds 1993 neemt het BNP weer toe. Het voor inflatie gecorrigeerde inkomen bleef aanvankelijk bij het BNP achter en evenaarde pas in 2002 het niveau van 1989. In de periode 2000-2005 was de jaarlijkse groei van gemiddeld 4% hoger dan die in de oude EU-landen en de stijging van de inkomens lag aanzienlijk boven het EU-gemiddelde. Verwacht mag worden dat de achterstand op het westen geleidelijk verder zal worden ingelopen, maar zeker niet alle Hongaren gaan erop vooruit. Geschat wordt dat ca. 15% van de bevolking in armoede leeft [10]. Buitenlandse investeringen zijn belangrijk voor de transformatie van de economie. Vooral de particuliere investeringen, die een veelvoud zijn van de steun die door de EU is verstrekt. Dit betekent wel dat de meeste grote bedrijven door buitenlandse ondernemingen zijn overgenomen, wat natuurlijk afkeer wekt. De motieven voor buitenlandse ondernemingen om zich in Hongarije te vestigen verschillen. Soms gaat het om de lokale markt (Heineken), andere bedrijven komen in de eerste plaats om met goedkope arbeidskracht exportartikelen te fabriceren (Audi). In 2006 bedroeg het gemiddeld maandloon 638 euro. Naast de relatief lage salarissen is echter ook het hoge opleidingsniveau in Hongarije voor de industrie van belang, in combinatie met een goede infrastructuur en een stabiel politiek systeem. De munteenheid in Hongarije is de forint.

Algemeen

Sociale zaken

Klimaat

Akkerbouw

Algemeen

Sociale zaken

Klimaat

Akkerbouw

Nederland heeft een inwonertal van 16,8 miljoen en een oppervlakte van 37.354 km² een hoge bevolkingsdichtheid van 449,9 per km². Ruim 18% van het oppervlak bestaat uit water en een groot deel van het land en de bevolking bevindt zich onder zeeniveau. Het land wordt beschermd tegen het water door middel van een systeem van dijken en waterwerken. Door landwinning zijn polders gecreëerd. Het landschap van Nederland is bijna overal vlak. Het Nederlandse landschap bestaat grotendeels uit cultuurlandschappen en daarnaast uit beheerde natuurgebieden.

Algemeen

In de afgelopen eeuwen is de levende natuur niet alleen veranderd, maar door verkleining en versnippering van de leefgebieden en milieuvervuiling in kwaliteit en kwantiteit ook achteruitgegaan. Via natuurbeleid en de activiteiten van particulieren wordt geprobeerd het tij te keren.

De landbouw is veruit de grootste gebruiker van het landoppervlak van Nederland. Hierdoor is de landbouw gezichtsbepalend voor het landelijk gebied. In de periode 1975-2003 is het volume van de totale bruto toegevoegde waarde van de Nederlandse landbouw gestegen van 4,1 tot 10,2 miljard euro (prijspeil 2002). Het aandeel van de landbouw in het Bruto Binnenlands Product (BBP) daarentegen, is over dezelfde periode teruggelopen van 4,6 naar 2,3 procent. Het ruimtebeslag van de landbouw nam de afgelopen dertig jaar met gemiddeld 5 duizend hectare per jaar af. Toch bepaalt de landbouw, met een huidig aandeel van bijna 60 procent in de totale oppervlakte van Nederland, nog steeds in belangrijke mate het aanzien van Nederland.

Verbreding van de landbouw betekent dat ondernemers ook inkomen proberen te genereren uit niet-agrarische activiteiten. Er moet hierbij gedacht worden aan onder andere agrarisch natuur- en waterbeheer, agro-toerisme en zorgboerderijen. Momenteel is circa 2 procent van het agrarisch inkomen afkomstig uit dit type activiteiten.

Nederland heeft een gematigd zeeklimaat met milde winters en koele zomers. Het klimaat wordt beïnvloed door de Noordzee die het gehele jaar de temperatuur matigt, waarbij zowel de dagelijkse als jaarlijkse temperatuursschommelingen toenemen richting het oosten.

Sociale zaken

De rol van de overheid ten aanzien van de verbreding in de landbouw is wisselend. De ontwikkeling van zorgboerderijen en agro-toerisme verloopt zonder veel overheidssturing. Bij agrarisch natuurbeheer is wel gekozen voor een sterke regie vanuit de overheid. Ongeveer de helft van de totale inkomsten uit verbreding van de landbouw is afkomstig uit agrarisch natuurbeheer.

Er zijn verschillende landbouwsubsidies voor boeren en agrarische bedrijven.

Inkomenssteun boeren via bedrijfstoeslag

Boeren die inkomenssteun willen ontvangen, kunnen jaarlijks bedrijfstoeslag aanvragen via de gecombineerde opgave. Zij moeten wel voldoen aan bepaalde voorwaarden om voor inkomenssteun in aanmerking te komen. Zo moeten zij duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Garantstelling voor investeringen landbouw

Met de regeling garantstelling landbouw kunnen boeren of agrarische bedrijven eerder een lening afsluiten bij een bank. De overheid staat namelijk garant voor (een deel van) de lening.

Vergoeding voor agrarisch natuurbeheer

Boeren die hun landbouwgrond natuurvriendelijk beheren, kunnen hiervoor een vergoeding aanvragen. Dit kan elk jaar van 15 november tot en met 31 december, via de regeling Agrarisch natuurbeheer - SNL. Sommige boeren kunnen ook nog gebruikmaken van de regeling Kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL). Met deze regeling kunnen boeren hun landbouwgrond geschikt maken voor agrarisch natuurbeheer.

Tegemoetkoming premie brede weersverzekering

Agrarisch ondernemers met een brede weersverzekering kunnen sinds 2010 een tegemoetkoming aanvragen voor de kosten van de verzekeringspremie. Dit kan via de regeling Tegemoetkoming premie brede weersverzekering.

Klimaat

Het klimaat wordt beïnvloed door de Noordzee die het gehele jaar de temperatuur matigt, waarbij zowel de dagelijkse als jaarlijkse temperatuurschommelingen toenemen richting het oosten. In het noorden is de temperatuur gemiddeld over het gehele jaar iets lager dan in het zuiden. De kustprovincies in het zuidwesten, westen en noorden hebben in de herfst- en wintermaanden doorgaans zachter weer dan het oosten en noordoosten. In de zomer zijn het oosten van Brabant en uiterste noorden van Limburg de gemiddeld warmste plekken. De gemiddeld koudste maand is in de meeste plaatsen januari, de warmste maand juli.

Zonuren en neerslag

Met ca. 1650 zonuren heeft de kust de meeste zonuren, terwijl de Achterhoek met ca. 1500 uur de minste zonneschijn heeft. Ondanks het imago van regenland, regent het gemiddeld slechts 7% van de tijd. In de zomer is er vooral op grasland een verdampingsoverschot, maar gemiddeld is er jaarlijks een neerslagoverschot, het grootst op de Veluwe. Het natst zijn de Veluwe, Drenthe en Zuid-Limburg, het droogst het centrale deel van Limburg met minder dan 700 mm.

Weer

Het weer is sterk afhankelijk van de luchtsoort en de fronten die de verschillende luchtsoorten scheiden. Het meest voorkomend in Nederland is van de Atlantische Oceaan afkomstige maritiem polaire lucht die in de zomer vochtig en koud is en vochtig en gematigd warm in de winter. Bij een stormachtige noordwestenwind zorgt de maritieme Arctische lucht voor buiig, guur weer. Uit Rusland en Siberië wordt zomers warm en droge continentale polaire lucht aangevoerd. In de winter is deze koud en droog. Warme maritiem tropische lucht zorgt in de winter veel voor mist en in de zomer voor onweer. Continentaal tropische lucht is warm en droog.

Akkerbouw

De laatste vijfentwintig jaar is het aantal agrarische bedrijven in Nederland sterk gedaald. In 1980 waren er 144.994 landbouwbedrijven, daarvan waren er in 2004 nog 83.885 over. Ook het aantal mensen werkzaam in de landbouw is gedurende die jaren sterk afgenomen: van 265.467 in 1980 tot 167.824 in 2004.

Nederland is een op wereldschaal belangrijke exporteur van agrarische producten, ook al werkt maar 3% van de Nederlanders in de agrarische sector en is 2,2% van het bruto binnenlands product afkomstig uit de agrarische sector. De landbouw in Nederland heeft 2,3 miljoen hectare in gebruik. In 2008 was 55 procent van het totale landoppervlak van Nederland in gebruik voor landbouw.

Nieuw Zeeland is een agrarisch land. De agrarische bedrijfstak maakt 50% van de totale export uit, verdeeld in 21% melk- en 13% vlees producten. Van de melkproductie wordt 90% geëxporteerd. Daarmee is Nieuw Zeeland reeds vele jaren wereldwijd de grootste exporteur van melkproducten en is leidend in de rundvlees productie. Het verbouwen van fruit en groenten spelen ook een belangrijke rol in de agrarische sector van Nieuw Zeeland. Men kan hier tegen lage kosten produceren en dat geldt uiteraard zowel voor een familie bedrijf als een grootschalig bedrijf. De lage productie kosten worden veroorzaakt door de goedkope grond en het gunstige klimaat. De bedrijfstak melkvee is niet zo ontwikkeld zoals in Europa, waardoor men met kennis van moderne bedrijfsvoering zeer goede rendementen kan genereren.

Algemeen

Leven in Nieuw Zeeland is makkelijker en aangenamer dan in Nederland. Het tempo is trager dan in Nederland en het leven is duidelijk op sport en buiten activiteit gericht. Veel uitgeoefende sporten zijn vissen, duiken, rugby, golf, cricket, zeilen, paardensport en waterskiën. Nieuw Zeeland is een immigratie land waar 30% van de mensen die er wonen niet in Nieuw Zeeland is geboren. Er komen al tientallen jaren nieuwe inwoners naar het land die een nieuw sociaal leven willen opbouwen. Het gevolg is een samenleving die open staat voor nieuwe contacten, waar je je welkom voelt en waar men behulpzaam is bij het opbouwen van die nieuwe sociale kring. De Nederlander staat als nuchter en hardwerkend bekend en kunnen op sympathie en respect rekenen. Over heel Nieuw Zeeland zijn Nederlandse verenigingen te vinden. Het land bestaat uit 2 grote eilanden, het Noorder en het Zuider Eiland met daarnaast ongeveer 700 kleinere eilanden. Er wonen iets meer als 4 miljoen inwoners terwijl het 6,5x zo groot als Nederland is. 

Sociale zaken

Onderwijs
Voor kinderen vanaf 1 jaar is er opvang mogelijk. Veelal zijn het privécentra en door een strakke regelgeving is de kwaliteit goed. Er is een breed aanbod zonder wachtlijsten en de prijzen zijn laag.
Voor kinderen van 5 t/m 15 jaar geldt een leerplicht. De openbare scholen voor lager en middelbaar onderwijs zijn gratis. Basisscholen zijn zelfs op de meest afgelegen plekken te vinden en kinderen kunnen van de schoolbussen gebruik maken.
Het basisonderwijs begint voor kinderen van vijf jaar en na zes jaar basisonderwijs stromen de kinderen door naar het voortgezet onderwijs. Aansluitend kan men kiezen uit MBO, HBO en universitaire opleidingen. MBO en HBO scholen zijn er in bijna elke grotere stad en verspreid over het land zijn er 8 universiteiten.
Door het langzamere levenstempo, de mindere agressie en de vele buiten activiteiten is Nieuw Zeeland een ideaal land voor kinderen om op te groeien.

Gezondheidszorg
Het systeem voor de gezondheidszorg is op te delen in een openbare en een privé sector.
De openbare sector wordt voor een deel gefinancierd door de staat waardoor men voor de medische hulp in ziekenhuizen, inclusief kraamzorg, maar een klein gedeelte van de werkelijke kosten hoeft te betalen. Er kunnen echter wachttijden voor een behandeling in deze openbare ziekenhuizen zijn. De kosten van huisartsen en tandarts zijn voor eigen rekening, waarbij opgemerkt dat de medicijnen en de tandheelkundige verzorging voor kinderen tot 16 jaar gratis is.
Voor behandeling in de privé ziekenhuizen dient men zich te verzekeren ( ong. € 40pppm). Hiermee heeft men geen last van wachttijden.

Belasting
In vergelijking met Nederland is het belastingsysteem in Nieuw Zeeland zeer eenvoudig. Het systeem in Nieuw Zeeland kent drie verschillende schijven, namelijk 14,5%, 17,5% en 33%. De grenzen van de schijven zijn resp. $14.000, $48.000 en boven de $70.000. Naast de inkomsten- en vennootschapsbelasting kent men een belasting op onroerend goed en de BTW. Het woud aan gemeentelijke-, provinciale-, waterschap-, wegen-, enz. belastingen zoals men dat in Nederland kent bestaat niet. Vermogens belasting bestaat niet en de BTW heet in Nieuw-Zeeland GST en is 15%.

Klimaat

In het noorden van het Noorder Eiland heerst een subtropisch klimaat met gemiddelde temperaturen van ongeveer 15° C in de winter en 25° C in de zomer. De rest van het land heeft een mild klimaat met temperaturen die licht hoger zijn dan die in Nederland. Het grootste deel van het Noorder Eiland heeft jaarlijks meer dan 2.000 uur zon. In het zuiden schijnt de zon gemiddeld 1.700 uur (in Nederland jaarlijks gemiddeld 1.450 uur). Het is een eilanden groep en heeft daardoor gemiddeld meer regen. Gemiddeld valt er jaarlijks 1100 mm regen tegen 800 mm in Nederland.

Akkerbouw

Ongeveer 50% van de totale export van Nieuw Zeeland bestaat uit agrarische producten. De belangrijkste zijn melkproducten, vlees- en vleesproducten, wol, papier- en papier pulp, huiden en vellen. De veehouderij is de belangrijkste sector van de landbouw in Nieuw Zeeland. De melkveebedrijven en de bedrijven met intensieve schapen- en slachtveeteelt bevinden zich met name op het Noorder Eiland.

Vleesrunderen
Het grootste deel van het Nieuw Zeelandse rundvlees wordt geëxporteerd en vertegenwoordigt een exportwaarde van NZ $3 miljard. Er wordt met name volgens het seizoensgebonden graslandgebruik geproduceerd. 50% van de Nieuw-Zeelandse rundvleesexport gaat naar Noord-Amerika en bijna 30% naar Azië.

Schapenhouderij
De schapenhouderij is een krimpende bedrijfstak. Waren er in 1990 nog 55 miljoen schapen, vorig jaar waren er dat nog maar 35 miljoen. Redenen zijn dat de verhoudingsgewijze lagere opbrengsten van de schapenteelt. De opbrengst van deze sector bedraagt ongeveer NZ $3 miljard per jaar. De meeste bedrijven die schapen houden, houden ook koeien om zo de weilanden optimaal te kunnen benutten. Een aantal bedrijven houdt daarnaast nog herten of verbouwt akkerbouwgewassen om zo het ondernemersrisico te beperken.

Nieuw Zeeland is één van de grootste exporteurs ter wereld van lams- en schapenvlees. De extensieve schapenteelt in de hooglanden van het Zuid eiland dient voornamelijk voor de wolproductie.

Herten
De hertenindustrie in Nieuw Zeeland breidt zich nog steeds uit. Het aantal herten heeft zich de afgelopen 10 jaar verdubbeld. Herten worden vaak als tweede tak gehouden naast ander vee. Op 2.300 bedrijven zorgen de herten voor minstens 50% van het inkomen. Canterbury, Southland en Otago zijn de belangrijkste regio’s voor de hertenindustrie. Er worden geen hormonen en groeistimulerende middelen gebruikt in de Nieuw-Zeelandse hertenindustrie. Nieuw Zeeland is de belangrijkste leverancier van hertenvlees. 80% van de productie wordt geëxporteerd naar Europa, waarvan de helft naar Duitsland.

Akkerbouw
Met de eigen akkerbouwopbrengst kan Nieuw Zeeland voldoen aan de binnenlandse vraag. Daarnaast wordt de akkerbouw een steeds belangrijkere exporttak. In Nieuw Zeeland worden o.a. de gewassen graan, haver, gerst, aardappelen en uien verbouwd. Een bijzondere product is de “kumara”, een zoete aardappel die alleen op het Noorder Eiland groeit. Op het Zuider Eiland zijn de Canterbury Plains zeer vruchtbaar en uitermate geschikt voor akkerbouw.

Fruitteelt
Binnen de internationale fruitwereld neemt Nieuw Zeeland een belangrijke plaats in. Dit heeft uiteraard ook te maken heeft met het omgekeerde seizoensverloop in vergelijking met Europa, wat een belangrijk afzetgebied is voor het Nieuw-Zeelandse fruit. Fruitproducten die worden geëxporteerd zijn kiwi’s, passievruchten, appels en peren. Hawkes Bay en Bay of Plenty zijn de belangrijkste fruitgebieden.

Melkveehouderij
Kenmerkend voor de Nieuw-Zeelandse melkveehouderijsector is dat er geen melkquota en geen mestquota zijn. De melkveehouderij vond in het verleden voornamelijk plaats op het Noorder Eiland, maar tegenwoordig is ook de belangstelling voor de melkveehouderij op het Zuider Eiland zeer groot te noemen. Hier zijn zeer grote boerderijen opgestart met aantallen van 500 tot 2000 koeien.
De kostprijs met betrekking tot de melkveehouderij in Nieuw Zeeland is erg laag. De reden hiervoor is het gunstige klimaat, waardoor de koeien het gehele jaar buiten lopen en er meestal niet veel meer gebouwen aanwezig zijn dan een melkstal en simpele schuur en één of twee woonhuizen. Daarnaast wordt er nauwelijks krachtvoer gevoerd.
De zuivelsector wordt gedomineerd door Fonterra, een coöperatie, die in 2008 96% van de totale NZ melkproductie verwerkte. Fonterra is wereldwijd een zeer grote speler in de melkproducten markt en heeft een derde van de totale wereldwijde melkproducten markt in handen. Om Fonterra te kunnen beleveren dient men aandelen in bezit te hebben die de eigenaar automatisch recht geven op een naar rato deel van de winsten die het bedrijf maakt.

Omvang
Het aantal melkveebedrijven is in de laatste dertig jaar sterk afgenomen, tot 11.630 bedrijven in 2006/2007 met gemiddeld 340 koeien per bedrijf. 45% van de bedrijven had meer dan 300 melkkoeien en 17 % meer dan 500 melkkoeien. Veestapels met 650 tot 700 koeien halen de hoogste productie per koe.

Productie
De gemiddelde melkproductie per koe is in de laatste jaren gestegen als gevolg van onderzoek naar de genen en verbeterd bedrijfsmanagement. In een periode van 10 jaar tijd is de gemiddelde melkproductie per koe toegenomen tot 330 kg milk solids met 189 kg vet en 142 kg eiwitten in het seizoen 2006/07. Niet elk bedrijf heeft dezelfde gemiddelde melkproductie. Deze verschillen ontstaan door de geografische ligging, genetische samenstelling van de kudde, veedichtheid en de bedrijfsvoering. In 2006/07 hebben de melkveebedrijven gezamenlijk bijna 15,134 miljoen liter melk (1,3 miljoen kg milksolids) geproduceerd.

Melkprijs
Na een piek in de melkprijs gedurende 2008 van $ 7,80 kg/ms, wordt er momenteel $ 5,20 per kg/ms uitbetaald, een bedrag dat alleen in 2001 geëvenaard werd. 1 kg milksolid komt afhankelijk van kg vet en eiwit overeen met 12 liter en de $ 5,20 komt overeen met € 0,19 kg/melk.

Melkveegebieden
81,5% van de nationale melkveebedrijven zijn gevestigd op het Noorder Eiland, met het grootste aantal in de regio South-Auckland. De gemiddelde bedrijfsgrootte op het Zuider Eiland is groter dan op het Noorder Eiland en ligt op 422 melkkoeien. Het Zuider Eiland wordt, vooral als gevolg van de sterk stijgende grondprijzen op het Noorder Eiland, steeds belangrijker voor de Nieuw-Zeelandse melkveehouderij.

Polen is een groot land met een oppervlakte van 312.684 km2, dit is ongeveer 7,5 keer zo groot als Nederland. Om Polen van west naar oost door te reizen moet er ongeveer 700 km afgelegd worden, van noord naar zuid is dit ongeveer 650 km. De grenzen van Polen worden door verschillende landen bepaald, maar ook door het water van de Oostzee. Deze grenzen zijn pas na de val van de muur definitief geworden. Door vele landveroveraars werd er soms een stukje ingenomen en later werd dit weer terugveroverd.

Algemeen

Polen is een groot land met een oppervlakte van 312.684 km2, dit is ongeveer 7,5 keer zo groot als Nederland. Om Polen van west naar oost door te reizen moet er ongeveer 700 km afgelegd worden, van noord naar zuid is dit ongeveer 650 km. De grenzen van Polen worden door verschillende landen bepaald, maar ook door het water van de Oostzee. Deze grenzen zijn pas na de val van de muur definitief geworden. Door vele landveroveraars werd er soms een stukje ingenomen en later werd dit weer terugveroverd. De bevolkingsdichtheid in Polen is met 124 mensen per km2 laag vergeleken met 452 mensen per km2 in Nederland. Het landschap van Polen is voor het grootste deel vlak (54%), er is maar een klein deel van het land waar bergen zijn (9%), deze liggen langs de zuidgrens van het land. Het gedeelte dat overblijft (37%) is heuvelachtig. Naast de bergen en heuvels kent Polen ook vele meren en rivieren. De meest bekende is de Wisla, deze ontspringt in het zuiden in de Karpaten en stroomt via Krakow en Warschau naar de Oostzee en is in totaal 1054 km lang. Naast de Wisla is er nog een grote rivier, de Oder. Polen is een land waar de grens pas na de val van de muur definitief is geworden, voor die tijd zijn de grenzen meermaals verlegd door overheersers. Hierdoor wonen er veel verschillende bevolkingsgroepen in het land. Zo zijn er Duitse Polen in het westen en mensen met Russische banden in het oosten van Polen. Daarnaast zijn er nog verschillende minderheden, zoals zigeuners en Slowaken. Vroeger waren er veel meer mensen met een niet Poolse identiteit, maar door de Tweede Wereldoorlog is dat sterk veranderd. Tegenwoordig telt Polen ongeveer 38,2 miljoen inwoners, 98% daarvan heeft de Poolse identiteit, de overige 2% zijn mensen met een andere nationaliteit. De vermenging van culturen heeft prachtige monumenten opgeleverd. In de historische steden ziet u de getuigen van tien eeuwen architectuur, schilderkunst, beeldhouwkunst en toegepaste kunsten.

Sociale zaken

Gemiddeld loon: 4.000 pln bruto (1 € : 4,1 pln) 
Minimum loon (2014): 1680 pln bruto
Werkweek: 40 uur
Pensioenleeftijd: 67 jaar voor mannen en vrouwen.
Werknemersbelasting over het bruto loon: tot 85.528 pln/jaar : 18 %, daarboven 32 %
Wergeverspremies: ongeveer 21 % over het bruto loon tot een maximum bedrag
Vennootschapsbelasting: 19 %
Dividend belasting: 19 %
BTW: 23% / 8 % / 5% / 3 % /0 %
Belastingaangifte voor bedrijven : minimaal 1 keer per kwartaal.
96% van de bevolking is katholiek en dit geloof speelt een belangrijke rol in het leven van de Polen. Bij elke gelegenheid of feest wordt de kerk betrokken, anders dan in Nederland zitten de kerken elke zondag nog helemaal vol. 

Klimaat

Het klimaat in Polen is wel een beetje anders dan in Nederland. De winters zijn in het algemeen kouder en de zomers zijn meestal warmer. Het klimaat in Polen staat onder invloed van verschillende factoren, zo heeft de Atlantische luchtstroom invloed in het westen en in mindere maten in het oosten op de temperatuur en neerslag. Ook de Oostzee en Aziatische luchtstromen hebben invloed op de temperatuur en neerslag. In het westen is het klimaat te kwalificeren als gematigd zeeklimaat, terwijl het oosten en zuiden gekenmerkt worden door een droog landklimaat. Door deze verschillende invloeden kan het weer snel omslaan, dit is vooral in de winter en in de bergen het geval. De temperatuur loopt uiteen met een gemiddelde in juli van 17 graden Celsius aan de Oostzee tot een gemiddelde julitemperatuur van 20 graden Celsius in het zuidoosten. In de zomer komt de temperatuur makkelijk boven de 25 graden Celsius. De hoogste temperatuur ooit gemeten in Polen is 40,20 graden Celcius. Juli is over het algemeen wel de maand met de meeste neerslag in het jaar, december daarentegen is de droogste maand van het jaar. De temperatuur in januari ligt gemiddeld op –1 tot –6 graden Celsius. Maar de laagste temperatuur ooit gemeten is –42 graden Celsius in het Middelgebergte. In de bergen komt de temperatuur 130 dagen per jaar niet boven het vriespunt uit, in de lagere delen van Polen komt de temperatuur gedurende drie maanden niet boven nul. De hoeveelheid neerslag dat gemiddeld per jaar valt loopt uiteen van 450 mm. in Centraal-Polen tot 800 mm. op de plateaus en meervlakten.

Akkerbouw

Polen is de derde producent binnen de Europese Unie van granen en van koolzaad (na Duitsland en Frankrijk). Polen is de grootste producent van pluimvee, de 6e producent van varkensvlees en van melk. De grote landbouwbedrijven, van oudsher de staatsbedrijven, zijn te vinden in het westen en noorden van Polen. Polen telt op dit moment ruim 2300 landbouwbedrijven groter dan 300 ha, waarvan ongeveer de helft meer als 500 ha bezit (GUS, 2013). De infrastructuur in Polen is goed; er is een ruim aanbod van poolse en internationale bedrijven in de agrarische sector. In de overige delen van Polen zijn de bedrijven kleinschaliger en door het enorme aantal kleine bedrijven is de gemiddelde bedrijfsomvang over heel Polen ongeveer 10 hectare. Door konsolidatie groeit dit gemiddelde jaarlijks. De Agencja heeft nog bijna 2 miljoen hectares van de poolse staat in beheer, hiervan is het grootste deel verpacht. In de komende jaren zullen deze gronden te koop worden aangeboden, waarbij veelal de huidige pachters een eerste kooprecht hebben. De prijzen van landbouwgrond zijn de afgelopen jaren met meer als 10 % per jaar gestegen Polen kent een klassificatiesysteem voor de kwaliteit van landbouwgrond van 1 (zeer vruchtbaar) tot 6 (arme grond). Ongeveer 65 % van het akkerland is klasse 3 en 4. Door de enorme verscheidenheid van bedrijven, kwaliteit van grond, management en klimaat heeft het geen zin om gemiddelde opbrengstcijfers te geven. De goed gemanagede bedrijven zijn concurrerend met bedrijven in West Europa.

Het aantrekkelijke klimaat, de relatief goedkope landbouwgrond en de geringe kosten voor het verkrijgen van quotum zijn een aantal redenen die Portugal tot een interessant land maken voor de Nederlandse agrariërs. Daarnaast moeten er door een stagnerende productie bij een groeiende binnenlandse vraag veel landbouwproducten geïmporteerd worden, de opbrengstprijzen voor de agrarische produkten worden daardoor veelal redelijk betaald. Hierdoor zijn er vooral op het gebied van de melkveehouderij en de tuinbouw goede mogelijkheden om een bedrijf op te starten. Bij grootschalig landbouw zijn er ook vooral voordelen te behalen bij het lage loonnivo in Portugal.

Algemeen

Het vasteland van Portugal heeft een oppervlakte van 88.500 km2, inclusief de eilanden (Madeira en de Azorenarchipel) een oppervlakte van 92.389 km2. Met deze oppervlakte is Portugal 2,7 keer zo groot als Nederland. Lissabon is de hoofdstad van het land en Porto is tevens een belangrijke stad. Het landschap in Portugal is sterk variërend en verschilt van het Spaanse landschap. De rivier de Taag vormt de belangrijkste scheiding in het land. Ongeveer de helft van het gebied ten noorden van de rivier ligt meer dan 400 meter boven zeeniveau en het land ten zuiden van de Taag bereikt slechts op weinig plaatsen deze hoogte.

In Portugal leven volgens de laatste telling (2009) 10,7 miljoen mensen, wat neer komt op 120 mensen per km² (Nederland: 452 mensen per km²). De bevolkingsgroei bedroeg in 2003 0,17 %. Het grootste gedeelte van de Portugezen, 66,4 %, bevindt zich in de leeftijdscategorie 15-64 jaar. De bevolkingsdichtheid verschilt sterk in de verschillende Portugese streken.

Sociale zaken

De familie speelt nog altijd een zeer belangrijke rol in de Portugese samenleving. De hele familie helpt elkaar, bijvoorbeeld inwonende grootouders die op de kinderen passen of familieleden in het buitenland die geld overmaken. Een hechte familieband is dan ook één van de voornaamste kenmerken van de Portugese samenleving. Het op papier redelijk ogende systeem van sociale voorzieningen werkt in de praktijk minder goed. De staatspensioenen en de bijstandsuitkeringen zijn over het algemeen laag en nauwelijks voldoende om van rond te komen, zelfs al geniet het grootste gedeelte van de lokale bevolking huurbescherming en worden er, in vergelijking met Nederland, lage huren betaald. Portugal kent een sociale verzekering, die alle gevallen van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, zwangerschap, ouderdom enz. dekt. Deze verzekering wordt bekostigd door alle werkgevers, werknemers en de overheid. Verder is er nog een heffing gebaseerd op het inkomen om in de kosten van de sociale voorziening te voorzien. Portugal heeft een 9 jaar durende leerplicht, welke begint op het zesde levensjaar. Onder de zes jaar kunnen de kinderen naar de kleuterschool. Op het platteland worden de kinderen voor de lagere school, dus het basisonderwijs, met schoolbusjes van huis gehaald en weer terug gebracht. Vaak krijgen de kinderen tussen de middag warm eten op school. Het basisonderwijs duurt vier jaar. Na de basisschool moeten ze een tweejarige opleiding doen, waar een verplichte driejarige opleiding op volgt. De opleidingen verschillen in niveau. Na het voltooien van de verplichte opleidingen kan men door middel van een driejarige opleiding het niveau krijgen om aan de universiteit te gaan studeren. De bevolking behoort formeel vrijwel in haar geheel tot de Rooms Katholieke Kerk. Er zijn drie aartsbisdommen namelijk Braga, Évora en Lissabon met respectievelijk acht, twee en acht bisdommen. In de grote steden zijn protestantse kerken te vinden.

Klimaat

In Portugal overheerst, ondanks de invloeden van de betrekkelijk koude Atlantische Oceaan en de continentale Meseta, een mediterraan klimaattype. Het land heeft dan ook te maken met koele, regenachtige winters en hete, droge zomers. In het noordelijke deel van Portugal heerst een duidelijk ander klimaat dan in het zuiden. Het noorden, waar de naar de wind gekeerde berghellingen jaarlijks 2540 mm regen ontvangen, kent een duidelijk regen schaduweffect. In het gebied ten zuiden van de Taag valt minder dan 800 mm en in het oosten van Algarve minder dan 406 mm.Over het algemeen heeft Portugal te maken met westelijke winden. Er is een grote tegenstelling in temperatuur tussen de kust en het binnenland. ’s Winters liggen de temperaturen langs de kust tussen de 10 en 12 ºC en in het binnenland tussen de 4 en 7 ºC. De zomertemperatuur verschilt van 20 – 24 ºC langs de kust en 18 ºC in het noordelijke binnenland. De provincie Alentejo kent een gemiddelde van ruim 3.000 zonuren per jaar, wat tot een van de hoogste waarden van Europa behoort. Ter vergelijking: Nederland zit op gemiddeld 1.350 zonuren.

Akkerbouw

De agrarische sector is nog altijd belangrijk voor Portugal. De Portugese landbouw heeft, sinds de toetreding tot de EU financiële steun gekregen uit het Landbouwfonds. De productiviteit in de agrarische sector is ondanks de steun van de EU, o.a. door kleinschaligheid, verouderde productiemethoden en distributiesystemen lager als in de meeste andere West-Europese landen. Door een stagnerende productie bij een groeiende binnenlandse vraag, moeten er veel landbouwproducten geïmporteerd worden. Door de invloed van de Atlantische Oceaan wordt er weinig geïrrigeerd in de Portugese landbouw. Langs de rivieren is de grond erg goed. Verder heeft Portugal redelijke grond, waarbij echter regelmatig het gebrek aan humus en het ontbreken van beregeningsmogelijkheden een probleem is. De prijs van de grond is sterk afhankelijk van de kwaliteit en ligging van de grond en ligt tussen de € 5.000,- en € 10.000,- per hectare. De prijzen van de duurdere gronden ontstaan doordat hier de mogelijkheid voor beregening aanwezig is. Er wordt in Portugal vrijwel geen grond verpacht.

Melkveehouderij
De meeste melkveehouderij vindt plaats in het noorden van Portugal. De grote moderne melkveebedrijven, waarvan een groot aantal door Nederlanders opgezet, bevinden zich echter in de zuidelijke provincies Ribatejo en Alentejo. Onder andere het aantrekkelijke klimaat, de relatief goedkope landbouwgrond in grote percelen, de beschikbaarheid van relatief goedkope arbeid en de geringe kosten voor het verkrijgen van quotum maken dit gebied zo aantrekkelijk voor het starten van een bedrijf. De melkprijs in Portugal behoort tot één van de hoogste in Europa. In januari 2008 bracht de melk € 0,40 per liter op, bij een vetpercentage van 4,1 % en een eiwitpercentage van 3,4 %.
Tijdens de zomer liggen de temperaturen zo hoog dat de koeien tegen de hitte beschermd moeten worden. De koeien verblijven in dit jaargetijde dan ook veelal in (open front) stallen. ’s Winters lopen de meeste koeien in het land, om te kunnen weiden. Door het warme klimaat en de lange groeiperiode is er per hectare een hoge opbrengst te behalen, mits er beregend en goed bemest wordt. Door de hoge temperaturen in het zuiden van Portugal kan het grasland daar door de hitte doodgaan wanneer er niet beregend wordt, zodat het land elk jaar opnieuw ingezaaid moet worden. Met beregening is het mogelijk om in de zomer maïs te verbouwen. In 1991 is de melkquotering ingevoerd in Portugal. Tot 1999 werd het nationale melkquotum niet vol gemolken en kon iedereen gratis quotum aanvragen en verkrijgen bij de overheid. Op 21 oktober 1999 was de quotumgrens bereikt en kreeg het melkquotum een financiële waarde. Deze startwaarde van het quotum bedroeg € 0,10 per liter melk en is in januari 2004 toegenomen tot een bedrag van € 0,24 per liter, in 2006 tot € 0,33 per liter en vanaf eind 2007 slechts enkele centen per liter.

Akkerbouw & Tuinbouw
Een groot gedeelte van de agrarische toegevoegde waarde in Portugal komt uit de tuinbouw. De belangrijkste gewassen in Portugal zijn de wijndruiven, sinaasappels, appels, peren, kool, perziken, tomaten en aardappels. De totale fruitproductie bedraagt ongeveer 10 miljoen ton en de totale groenteproductie, inclusief aardappels, ligt op 30 miljoen ton. Ca. 600 ha grond wordt gebruikt voor het verbouwen van snijbloemen en potplanten.
Groenten voor de verse markt worden met name in de Taag vallei en langs de kust ten noorden van Lissabon verbouwd. Kassen zijn te vinden in de Algarve en langs de westkust. In het noorden van Portugal zijn kleine akkerbouwbedrijven te vinden. Graan, maïs, bonen, rogge, rijst, aardappelen, olijfolie en wijn zijn de belangrijkste producten voor de akkerbouw. De grootste wijngebieden liggen in het noorden van het land. Portugal behoort tot de belangrijkste wijnproducenten van de wereld en volgens kenners produceert zij zelfs de beste wijnen van Europa. De wijnen uit Redondo, Borba en Requengos zijn daarbij zeer bekend. Van de wijnopbrengst wordt ongeveer 50 % geëxporteerd.

Algemeen

Sociale zaken

Klimaat

Akkerbouw

Buitenlandse agrariërs en investeerders zien in toenemende mate voordelen van investeren in grond, bedrijven en boerderijen in Slowakije. Het land heeft een relatief laag risicoprofiel en de stabiele lange termijn rendementen maken investeren zeer aantrekkelijk. Landbouwgrond in Slowakije is al voor circa 90% verhuurd aan vooral commerciële en coöperatieve landbouwbedrijven. Hiervan is 75% van de landbouwgrond in privébezit en 25% wordt beheerd door de staat. Slowaakse landbouwgronden zijn zeer aantrekkelijk geprijsd, niet alleen ten opzichte van Nederland, maar ook andere EU landen. De meest vruchtbare gronden liggen in het zuiden van Slowakije. Het land is lid van de EU, NATO en Schengen en heeft de Euro als betaalmiddel, waardoor er geen valutarisico bestaat.

Algemeen

· Slowakije heeft een centrale ligging in Centraal-Europa en grenst aan Oostenrijk, Tsjechie, Polen, Hongarije en de Oekraine.

· Het land heeft een goede infrastructuur met directe verbindingen naar de buurlanden. De Slowaakse infrastructuur wordt gezien als één van de beste van de voormalig Oosteuropese landen.

· Het land telt ca 5 miljoen inwoners en heeft een totaal oppervlak van ca 49,000 km² (Nederland ca 41,500 km²).

· Slowakije heeft een stabiele parlementaire democratie met een president aan het hoofd van de staat.

· Het land heeft een overwegend agrarisch karakter en heeft zich in de laatste 10 jaar sterk ontwikkeld als industrieel producerend land (automobiel, metaal, IT).

· Het zuiden en zuidwestelijke deel van Slowijke heeft een uiterst vruchtbare bodem en is mede daardoor bijzonder goed geschikt voor landbouw.

· Het midden en noorden van het land is overwegend bergachtig met in het noorden, tegen de Poolse grens, een alpine gebied (Tartra Nationaal Park) met bergen tot 2655 m.

· 80% van Slowakije ligt op meer dan 700 m boven zeeniveau Het laagste punt ligt in het zuiden op 94 m boven zeeniveau.

· Het westelijk deel van Slowakije, met de hoofdstad Bratislava aan de grens met Oostenrijk (ca 60 km vanaf Wenen), is het dichtstbevolkt. Uitbreiding van steden en infrastructuur veranderen het landschap aanzienlijk.

Sociale zaken

· Slowakije heeft geen overdrachtsbelasting. · De vennootschapsbelasting bedraagt 23%. · De BTW bedraagt 20%.

· De inkomstenbelasting is 19 % (tot inkomen van € 39.000 per jaar) en 25% (meerdere boven € 39.000).

· Zowel de werkgever (35%) als de werkner (13%) dragen bij aan de sociale vezekering waarbij een maximum geldt.

· Slowakije heeft geen schenkingsheffingen en geen successierechten. · Daarnaast kent Slowakije een auto vignet voor het gebruik van snelwegen (€ 60,= per jaar) en zijn er accijnzen.

· Slowakije heeft een belastingverdrag met Nederland ter voorkoming van dubbele belasting.

· Vastgoedbelasting voor landbouwgrond bedraagt ca €30,= - € 60,= per ha en wordt in de praktijk betaald door de gebruiker. Vastgoedbelasting is aftrekbaar van de winst.

· Slowakije heeft in principe geen dividendbelasting. Wel gelden regels als dividend wordt uitgekeerd aan Slowaaks ingezetenen..

Klimaat

Slowakije kent relatief grote klimaatsverschillen tussen het bergachtige noorden en het vlakke zuiden. Het land heeft een landklimaat met temperaturen die zelden boven de 37°C of beneden de -20 °C uitkomen. De winters in het zuiden zijn mild met dagtemperaturen van -5 tot + 10 °C. De zomers in het zuiden kunnen warm zijn met temperaturen boven + 25 °C. De gemiddelde neeslag in Slowakije bedraagt ca 605 mm per jaar.

Akkerbouw

Historisch gezien is Slowakije een zeer landbouw geörienteerd land. Binnen Tsjechoslowakije stond Slowakije bekend als het landbouw gebied, daar waar Tsjechië meer op industrie was gericht.

Circa 90% van de landbouwgronden wordt verhuurd aan gebruikers van de grond. Dit is het hoogste percentage binnen de Europese Unie en ligt boven dat van vergelijkbare omringende landen (Tsjechie 86%, Hongarije 59%, Polen 24% en Slovenie 30%). In 2005 werd 84% van de landbouwgronden gehuurd door landbouwbedrijven terwijl slechts 16% van de gronden werd gehuurd door private boeren. Volgens een onderzoek in 2007, naar gebruik van de landbouwgrond, was het aandeel van commerciële landbouwbedrijven (39,6%) gelijk aan dat van de coöperatieve bedrijven (39,5%).
Landbouwgrond wordt voornamelijk gebruikt voor de productie van graanproducten (tarwe, gerst, mais) en oliezaden (w.o. koolzaad, zonnenbloemen). Het verbouwen van aardappelen en suikerbieten wordt zeer bescheiden gedaan. De gemiddelde opbrengsten per hectare liggen op circa 35% - 45% van die in Nederland. Door verbeteringen in technologie, kennis en het optimaliseren van de percelen zal dit naar verwachting fors toenemen en zullen de verschillen met West-Europa kleiner worden.

Binnen Slowakije zijn de opbrengsten per hectare zeer verschillend. In het zuiden en westen zijn de opbrengsten per hectare hoger dan in de overige gebieden. Slowakije heeft verschillende subsidies voor de landbouw waaronder:
1. Single Area Payment Scheme (SAPS). Dit is een vast bedrag per gebied (minimaal 1 ha).
2. Subsidie voor suiker.
3. Subsidie voor energie gewassen.
4. Subsidie voor fruit en groenten.
5. Bio producten.
6. Vee.
7. Overig.

De SAPS wordt ieder jaar verstrekt in het opvolgende jaar van de oogst en is de afgelopen jaren sterk gestegen naar een niveau van € 174,- in 2012. De verwachting is dat deze zal doorgroeien naar ten minste € 240,-. De overige subsidies kunnen per jaar sterk verschillen. De tendens is echter dat het totaal aan subsidies over een langere periode zal blijven stijgen. De verschillen in subsidie met West-Europa zullen in de toekomst verder afnemen.

Het investeringsklimaat voor buitenlanders is in Tsjechië vrij liberaal. Buitenlanders, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, mogen mede-eigenaar van Tsjechische rechtspersonen zijn. Voor het ondernemen als natuurlijk persoon gelden voor buitenlanders in principe dezelfde voorwaarden als voor Tsjechen. De toegang tot bepaalde vrije beroepen, zoals dat van accountant, is echter aan bepaalde voorwaarden verbonden waaraan door buitenlanders niet makkelijk kan worden voldaan. Voor wat betreft directe investeringen in onroerend goed is de situatie wat anders. Natuurlijke personen kunnen, speciale uitzonderingen daargelaten, in principe geen in Tsjechië gelegen onroerend goed verwerven. Het is echter wel mogelijk onroerend goed op indirecte wijze te verkrijgen, bijvoorbeeld door oprichting van een s.r.o. (= BV) die het onroerend goed verwerft. Tussen Nederland en de Tsjechische Republiek is een investering beschermingsovereenkomst gesloten. Deze overeenkomst heeft tot doel om investeringen van de beide landen op elkanders grondgebied te bevorderen. De overeenkomst regelt daartoe de bescherming van investeringen en investeerders. Zo is o.a. opgenomen dat investeringen door het deelnemende land volledige zekerheid en bescherming in het andere land worden toegekend. Deze mag in ieder geval niet minder zijn dan de zekerheid en bescherming die de investeerders uit het eigen land genieten.

Algemeen

Tsjechië is gelegen aan de grens van twee gebergten, de Hercynian en de Alpine-Himalayan. Als gevolg hiervan heeft het land een gevarieerd landschap. Het westelijke en centrale gedeelte van het land bestaan uit heuvelachtige hooglanden ( Ceska vysocina) en lage berggebieden Sumava, Cesky les, Krusne hory, Orlicke hory en Jeseniky. De Zapadni Karpaty gebergten liggen in het oostelijke gedeelte van het land. Tsjechië wordt ook wel het dak van Europa genoemd omdat de enige bron van water regen en sneeuwval is. Al de rivieren die in dit gebied ontspringen lopen uit in de omringende landen. De Republiek heeft drie rivieren, namelijk de Elbe (mondt uit in de Noordzee), de Oder (mondt uit in de Baltische zee) en de Danube (mondt uit in de Zwarte zee). Er zijn 455 natuurlijke meren, 350 daarvan zijn "riviermeren" welke gevormd zijn op graslanden naast de grote rivieren. Een karakteristieke kenmerk van het Tsjechische landschap is het grote aantal kunstmatige meren, die aangelegd zijn voor de kweek van vissen. In totaal zijn er zo'n 21.800 van deze kunstmatige meren, die een oppervlakte van 41.000 hectare beslaan. De twee grootste zijn het meer Rozmberk en het meer Bezdrev in zuid Bohemen. Volgens de volkstelling in 2006 wonen er in de Tsjechische Republiek 10,3 miljoen mensen (131 mensen per km²), waarvan de helft man en de helft vrouw. Driekwart van de bevolking woont in de stedelijke gebieden. Tot 1994 was het aantal mensen die in Tsjechië wonen stabiel, sindsdien neemt het aantal af, men verwacht dat het aantal in 2020 rond de 10 miljoen zal liggen.

Sociale zaken

Het Tsjechische systeem van sociale verzekeringen (incl. ziekenfondsverzekering) is qua opzet in grote lijnen met het Nederlandse systeem vergelijkbaar. Tsjechische werknemers van een Tsjechische werkgever dragen een bepaald gedeelte van hun salaris af als bijdrage in de sociale verzekeringen; deze contributie verlaagt de grondslag voor de inkomstenbelasting. De werkgever draagt eveneens een contributie af; deze bijdrage is voor de werkgever fiscaal aftrekbaar. 

Tsjechië kent de volgende belastingen:

  1. Inkomsten- en vennootschapbelasting
  2. BTW
  3. Accijns
  4. Wegenbelasting 
  5. Overdrachtsbelasting onroerend goed 
  6. Schenkingsheffing, successierecht en overdrachtsbelasting 

De belastingtarieven variëren van 15% tot 40%. Het laatste tarief geldt voor een belastbaar inkomen hoger dan CZK 822.600,-. Voor bepaalde typen inkomsten uit Tsjechische bron geschiedt belastingheffing door middel van een bronheffing, die tevens eindheffing is. Voor dividend geldt bijvoorbeeld een percentage van 25%. Het BTW-systeem is in grote lijnen gebaseerd op het systeem dat in de landen van de EU geldt. Hoewel het huidige Tsjechische BTW-systeem lijkt op het Nederlandse systeem zijn er een behoorlijk aantal verschillen. Daarom is het niet verstandig om er in alle gevallen van uit te gaan dat in Tsjechië dezelfde handelswijze als in Nederland kan worden aangehouden. Er bestaan twee BTW-tarieven: het algemene tarief van 22% voor de meeste goederen en een verlaagd tarief van 5% voor de meeste diensten. Levensmiddelen zijn afgezien van enkele uitzonderingen belast met 5%. Ven de diensten die belast zijn met 22% noemen we: horeca- en reclamediensten, verhuur van sommige roerende goederen en diensten van vertegenwoordigers, makelaars en commissionairs.

Klimaat

Het klimaat in Tsjechië wordt beïnvloed door de interactie tussen zeeklimaat en landklimaat. Westelijke winden hebben de overhand, regelmatig wordt de luchtmassa door intensieve cycloon-achtige activiteiten in beweging gezet en veroorzaken nogal zware regenval. Het effect van het zeeklimaat wordt voornamelijk in Bohemia gevoeld, het landklimaat heeft meer invloed op Moravia en Silesia. Hoogte en reliëf hebben tevens een grote invloed op het klimaat. 52.817 km² van het Tsjechische landschap (66,97%) ligt op een hoogte van 500 meter, 25.222 km² (31,68%) ligt tussen een hoogte van 500 en 1.000 meter en maar 827 km² ligt 1.000 meter boven zeeniveau. Gemiddeld gezien ligt de Republiek op een hoogte van 430 meter boven zeeniveau. Tsjechië heeft milde zomers en winters met gematigde regenval. De gemiddelde jaarlijkse temperatuur ligt tussen 6,6 °C (in Mariánské Lázně) en 9,7ºc (in Praag); de gemiddelde jaarlijkse regenval in deze gebieden zijn respectievelijk 690 en 491 mm.

Akkerbouw

Het aandeel van de primaire sector (inclusief bosbouw en visserij) nam af van 3,9 procent van het bnp in 2000 naar 2,4 procent in 2007. Volgens de laatste cijfers waren in 2006 1.583 landbouwcoöperaties en 4.428 commerciële boerenbedrijven actief. Voor de EU-toetreding in 2004 bedroeg het aantal commerciële boerenbedrijven 2.069. Dat aantal is dus verdubbeld. Hoogstwaarschijnlijk door de mogelijkheid voor boeren om in aanmerking te komen voor subsidies uit het GLB. De werkgelegenheid in de landbouwsector kromp in de periode 1990-2006 met 60 procent. Nu werkt ongeveer 3,5 procent van de beroepsbevolking in de agrarische sector. Van alle sectoren daalde de veeteeltsector het sterkst. In de 1990-2006 nam de veestapel af van 3,4 miljoen naar 1,4 miljoen stuks vee. De oppervlakte van bewerkte landbouwgrond nam niet sterk af door de toegenomen teelt van raapzaad, zonnebloemen en papaver; deze landbouwproducten worden gebruikt voor de productie van bio-energie(bron EVD). Het totale landbouwareaal is stabiel en bedraagt 4,3 miljoen hectare. Het grootste deel van de cultuurgrond is in gebruik als akkerland. In de akkerbouw zijn granen, oliezaden, aardappelen en suikerbieten de belangrijkste gewassen. In Tsjechië zijn veel goede gronden die erg geschikt zijn voor de landbouw. Er kan een ruime variatie aan gewassen worden geteeld. Kwalitatief zijn de zwarte gronden en de bruine gronden het beste. Zoals eerder in dit hoofstuk vermeld beschikt Tsjechië over een diversiteit in landbouwgronden. De verscheidenheid in stand van gewassen is tijdens het groeiseizoen duidelijk terug te zien. Dit komt dus door de grondsoort, kwaliteit en hoogteverschillen in het landschap. Een andere factor is in veel gevallen het gebruik van kunstmest en beschermingsmiddelen en in mindere mate de aanwezigheid van kennis. Het werkkapitaal van een bedrijf speelt dus mee in de opbrengsten van het gewas. Hieronder volgt een tabel die grofweg de gemiddelde opbrengsten geeft van verschillende gewassen. Letwel een grote verscheidenheid in bodemtypen. 

Gewas Gemiddelde opbrengst per hectare (ton/ha)

  • Bieten: 40 
  • Aardappelen: 20 
  • Tarwe: (Moravië) 8 
  • Tarwe: ( Bohemen) 6 
  • Maïs: 35 

Zoals te zien blijven de bieten en aardappelen in tonnen ten opzichte van Nederland wat achter. Met tarwe worden er goede opbrengsten gerealiseerd met weinig kunstmest (100kg zuivere stikstof). Er komt wel een heel duidelijk effect naar voren wat opbrengsten betreft in Moravië en Bohemen. Verschil hierdoor wordt vooral bepaald doordat de grond gemiddeld beter is in Moravië. Ook bij maïs verschilt de opbrengst van streek tot streek.

In Uruguay is de landbouw erg belangrijk. Niet alleen in economisch opzicht, maar ook het landschap en de cultuur worden gedomineerd door de landbouw. Veel Uruguyaanse families bezitten een stuk land waarop zij vee hebben lopen. Ook leren de meeste Uruguyanen al op jonge leeftijd paardrijden en vee drijven. Hoewel de landbouw zo verankerd is in de cultuur, is er de laatste jaren een transitie gaande, waarbij de landbouw steeds professioneler en commercieler wordt uitgevoerd. In de landbouw wordt nu intensiever en op grotere schaal geproduceerd. Daarmee is de landbouw de motor van de economische groei in Uruguay. Na China is Uruguay het land met de grootste groei ter wereld, zowel op macro-economisch niveau als wel op sectoraal niveau. De overgang van extensieve veehouderij naar meer intensieve veehouderij en graanteelt, akkerbouw en bosbouw biedt grote kansen voor Europese landbouwers en investeerders. In Uruguay zijn de productiekosten in verhouding erg laag. Dit komt door de relatief lage grondprijzen en de lage loonkosten. Dit leidt ertoe dat bij uitoefening van de landbouw met gebruikmaking van moderne technologie en kennis, er heel goede rendementen zijn te bereiken.

Algemeen

Uruguay is gelegen in het zuidelijke deel van Latijns-Amerika aan de Atlantische Oceaan. Het noorden grenst aan Brazilië en het zuiden en westen aan Argentinië. Dit land wordt van Uruguay gescheiden door de Río de la Plata en de Río Uruguay. De hoofdstad van Uruguay, Montevideo, bevindt zich aan de baai van de Río de la Plata. De landoppervlakte van Uruguay beslaat ongeveer 176.000 km2 (5 x omvang Nederland), waarmee Uruguay één van de kleinere landen van Zuid Amerika is. De Uruguayaanse bevolking bedraagt bijna 3,4 miljoen mensen, waarvan meer dan de helft in de hoofdstad wonen. Meer dan 90% van de bevolking woont in stedelijk gebied en minder dan 10% op het platteland. De huidige Uruguayaanse bevolking is vrijwel volledig van Europese afkomst en dan vooral van Spaanse en Italiaanse origine. De officiële taal in Uruguay is het Spaans. Na aankomst in Uruguay valt op dat het erg Zuid-Europees overkomt, de cultuur, de mensen, het eten is allemaal afgeleid van Spanje en Italie. Het landschap kenmerkt zich door glooiende graslanden doorkruist met vele rivieren. Het land beschikt het gehele jaar over een wisselend en aangenaam klimaat. In de zomer bedraagt de temperatuur gemiddeld 25° à 30º Celsius en in de winter gemiddeld 8° à 13º Celsius. 

 De groei van het Bruto Nationaal Product (8,8%), de werkloosheid (6,1%) en inflatie (6,1%) waren in Uruguay in 2010 op historisch lage niveau’s. Deze cijfers samen met de investeringen in het land laten zien dat er gesproken kan worden van een economische bloeiperiode. Dit hangt ook samen met de hoge prijzen op internationaal niveau voor voedselproducten, zoals vlees, soja en rijst. Daarnaast heeft de Uruguayaanse regering en economie het volledige vertrouwen van internationale organisaties zoals de Wereldbank, het IMF en de belangrijkste banken ter wereld. Wat ongetwijfeld ook een rol heeft gespeeld bij de buitenlandse investeerders is de politieke en sociale stabiliteit in Uruguay. In vergelijking met andere Zuid-Amerikaanse en ook veel Europese landen scoort Uruguay erg goed wanneer het gaat om economische vrijheden, democratie, corrputie en juridische zekerheden. Daarnaast is er in Uruguay sprake van een heel goede leefomgeving en kwaliteit. Het gunstige klimaat, de korte afstanden tussen stad, platteland en strand, de veiligheid en rust maken het land zeer aangenaam om te wonen. Om die redden vestigen steeds meer buitenlanders zich in Uruguay.

Sociale zaken

De Uruguayaanse overheid heeft in 1998 speciale wetgeving in het leven geroepen om buitenlandse investeringen aantrekkelijk te maken. Op grond daarvan is er sprake van gelijke behandeling van buitenlandse investeerders met ingezetenen, is er geen toestemming of registratie van de investering vooraf vereist en mogen vermogen en winsten zonder belemmering of heffing worden overgemaakt van en naar het buitenland. Ook zijn er in die wet allerlei vrijstellingen van belastingheffing geregeld. Ook zijn er vrijhandelszones ingesteld waarin buitenlandse bedrijven zich kunnen vestigen en waarbij zij geen enkele belasting betalen afgezien van de sociale lasten voor Uruguayaanse werknemers. In deze vrijhandelszones zijn voornamelijk dienstverleners, zoals call centers gevestigd. 

 Er zijn verschillende belastingheffingen: inkomstenbelasting individueel tot 25%, vermogensbelasting 12% over genoten rente, vennootschapsbelasting 25%. Daarnaast wordt er een heffing van 2% opgelegd bij onroerend goed transacties aan beide partijen die bij de transactie betrokken zijn. Het is toegestaan om vermogen, winst en dividend naar het land van oorsprong te transfereren zonder dat daarover belasting wordt geheven. Er zijn ook geen beperking aan het gebruik van buitenlandse valuta, overal bestaan wisselkantoren waar de valuta zonder voorwaarden van autorisatie of registratie kan worden omgewisseld. Daarnaast bestaan er in Uruguay vrij strikte geheimhoudingswetten voor banken. 

 Het is voor buitenlanders erg eenvoudig Uruguay binnen te komen, er zich te vestigen en een bedrijf te starten. Dit wordt vanuit de overheid op allerlei manieren gestimuleerd. Bij binnenkomst wordt door de douane een toeristenvisum afgegeven met een duur van drie maanden. Bij langer verblijf dient een aanvraag voor een verblijfsvergunning te worden gedaan bij het immigratiekantoor (DNM).

Klimaat

Uruguay is gesitueerd op dezelfde breedtegraad als Chili en Zuid-Afrika en heeft een vergelijkbaar gunstig klimaat. Ook is de bodemgesteldheid uitstekend; uit FAO onderzoeken komt de bodemkwaliteit van Uruguay wereldwijd als nummer 1 naar voren. Ook is er ruim voldoende oppervlaktewater beschikbaar, doordat er regelmatig regen valt met een goede spreiding over het jaar. Daarnaast ligt Uruguay op het grootste drinkwaterreservoir van de wereld, de Guarani aquifer. Dit alles maakt het bijvoorbeeld mogelijk om twee oogsten per jaar te hebben in de akkerbouw. Bijvoorbeeld sojabonen of sorgo zaaien in november/december en oogsten in april/mei en daarna op hetzelfde perceel tarwe van juni tot de oogstperiode in november.

Akkerbouw

Tegelijkertijd zijn de grondprijzen in vergelijking met de omringende landen nog steeds erg attractief en ook is er nog steeds ruim voldoende aanbod van grond. De logistiek en infrastructuur in Uruguay is van zeer goed niveau met heel moderne zeehaven en vliegveld. Ook het wegennet is goed toegankelijk en het voordeel ten opzichte van de regio zijn de relatief korte afstanden vanwege de geringe omvang van het land. De bodemgesteldheid van heel Uruguay is vastgelegd in een elektronische databank die publiek toegankelijk is (www.prenader.gub.uy/coneat). Door het invoeren van kadastrale nummers in dit systeem wordt een kaart zichtbaar die de bodemgesteld van dit gebied laat zien en aangeeft welke productietypen het meest geschikt zijn. De bodemkwaliteit wordt gerangschikt door indexatie. Deze indexering is ook een indicatie voor de grondprijs, hoewel voor een goede prijswaardering ook dient te worden gekeken naar infrastructuur en eventueel irrigatiemogelijkheden. In het kadaster zijn alle percelen in Uruguay geregisteerd en bij verkoop van grond dient dit ook te worden gemeld en geregisteerd bij het kadaster. De aankoop van grond wordt verricht door een beedigd notaris, die wordt aangewezen door de koper. De notaris dient onderzoek te verrichten naar de rechtsgeldigheid van de transactie, ziet toe op de betaling en registeert de transactie bij het Kadaster. Na de mondelinge overeenkomst tussen koper en verkoper wordt de overeenkomst vastgelegd in een voorlopige koopovereenkomst (boleta de reserva). Daarna wordt binnen een termijn van maximaal 45 dagen onderzoek gedaan naar de rechtsgeldigheid (met name om vast te stellen of er geen problemen bestaan met nalatenschap of leningen). Daarna wordt een definitieve overeenkomst opgesteld, getekend en na betaling gaat het eigendom definitief over naar de koper. Het juridische systeem in Uruguay is heel betrouwbaar en er zijn dan ook geen problemen bekend met buitenlandse investeerders die hier slechte ervaringen mee zouden hebben gehad in Uruguay. Er is een transitie gaande in de landbouw van kleinschalige productie door families naar grootschalige gediversificeerde landbouw door private ondernemingen. Dit leidt o.a. tot een verschuiving van extensieve veeteelt naar akkerbouw, met name soja. Ook is er door de komst van cellulose fabrikanten een grote toename geweest van de bosbouw. Met name in het noorden van Uruguay zijn veel hectares beplant met eucalyptus bomen. Hoewel er een transitie gaande is in de Uruguayaanse landbouw naar meer grootschalige productie, is er geen werkelijke intensivering van de productie gestart. Doordat er in Uruguay geen sprake is van ruimtegebrek en men wellicht niet de mentaliteit heeft om het “onderste uit de kan’ te willen halen, is de agrarische productie nog steeds vrij extensief en met een lage arbeidsinzet. De economische perspectieven verschillen per sector, in de graanteelt en akkerbouw is sprake van vergaande professionalisering, de fruitteelt en wijnbouw zijn in opkomst en andere sectoren zijn meer traditioneel georienteerd. Met name in de veehouderij en dan in het bijzonder de melkveehouderij kan er nog veel winst worden geboekt. De export van landbouwproducten is van enorm groot belang voor de Uruguyaanse economie. De export van Uruguay wordt gedomineerd door landbouwproducten (vlees, rijst, soja, zuivel en wol nemen het grootste deel van de export in). Er is dan ook een apart agentschap van de overheid dat zich bezig houdt met de promotie van export en investeringen. Dit agentschap Uruguay XXI zet zich in om de Uruguayaanse landbouw in het buitenland te promoten. Grofweg kunnen de landbouwsectoren geografisch verdeeld worden over Uruguay. De rijstteelt vindt uitsluitend plaats in het noordoosten in het deel bij de Braziliaanse grens (Cerro Largo en Treinta y Tres). De fruitteelt en wijnbouw worden voornamelijk uitgevoerd in de omgeving van Montevideo en het departement Canelones. De aangeplante bossen zijn vooral te vinden in de centrale zones van het land, Durazno, Tacuarembo. Extensieve veeteelt wordt veelal uitgevoerd in de westelijke zone langs de rivier Uruguay aan de grens met Argentinie. De hectareprijs van deze percelen is beneden het gemiddelde en bedraagt medio 2011 zo’n 3.500 USD. Extensieve veeteelt vindt meestal plaats op bedrijven vanaf 400 tot 1000 hectare. Zuivelproductie vindt van oudsher plaats in de regio’s tussen Colonia en Montevideo. De percelen zijn meestal tussen de 100 en 300 hectare en de gemiddelde hectareprijs tussen 4.500 en 5.500 USD. De akkerbouw is de laatste jaren enorm gegroeid en tegenwoordig produceert men in Uruguay veel soja, tarwe, mais en sorgo. Akkerbouw vindt met name in het zuiden en centrum van het land plaats (Soriano, Rio Negro, Flores, Durazno), maar ook steeds meer ten noorden van de Rio Negro in Tacuarembo. De percelen zijn vaak tussen de 250 en 700 hectares. Prijzen verschillen erg, hoe meer de bedrijven in het westen zijn hie duurder: in Soriano en Rio Negro zijn hectareprijzen van 7.500 USD normaal, terwijl in Durazno en Tacuarembo hectareprijzen van 4.500 tot 5.5.00 USD normaal zijn voor percelen van vergelijkbare bodemkwaliteit. Grote pachtbedrijven, zoals El Tejar, MSU, AdecoAgro en AdP zijn in het westen, centrum en noorden van Uruguay overal actief en bereid om akkerbouwbedrijven of gemengde bedrijven in bewerking te nemen. Voor Europese landbouwers die zich in Uruguay willen vestigen is het wellicht aantrekkelijk om een bedrijf te kiezen op niet al te grote afstand van steden zoals, Montevideo, Colonia of Punta del Este. Dit maakt de sociale integratie in het land makkelijker, ook met het oog op onderwijs, gezondheidszorg en culturele voorzieningen. Hoewel die bedrijven door de nabijheid van steden waarschijnlijk een iets hogere hectareprijs kennen, is de grond meestal ook productiever. Dit rechtvaardigt dan ook wel de hogere productieprijs. Het is mogelijk in of bij een stad te wonen en dagelijks naar het bedrijf te reizen of 1 uur reistijd. Een beheerder woont dan op het bedrijf en heeft de dagelijkse zorg voor het bedrijf. In bepaalde gevallen kan men ook permanent op het bedrijf wonen en dagelijks naar de stad reizen voor scholing, werk of anderszins. Uiteraard zijn er veel verschillen tussen de landbouw in Uruguay en Nederland/ Duitsland/Belgie. Ten eerste de ruimte, die volop beschikbaar is. Grote percelen van 200 of 300 vierkanate meter zijn in Uruguay heel normaal. De orientatie gebeurt door te kijken naar bomen, rivieren of andere vaste punten in het landschap. Daarnaast is het in Uruguay niet ongebruikelijk dat een bedrijf uit meerdere percelen bestaat, soms van elkaar gescheiden door andere percelen. Op grote bedrijven van meer dan honderd hectare treft men in Uruguay ook altijd wel een natuurlijke afwatering, bomen of verharding. Dit maakt dat een bedrijf niet voor iedere vierkante meter productief is, zoals in West Europa gebruikelijk is. Vaak worden in Uruguay akkerbouw en veeteelt tegelijkertijd uitgevoerd om optimaal gebruik te maken van de bodemomstandigheden. Gezien de grootte van de bedrijven zijn ook interne wegen van gravel nodig om op ieder moment in het jaar met tractoren en machines het land te kunnen bereiken. Ook is er kilometers stroomdraad nodig om het hele bedrijf af te rasteren. Dit wordt vaak van stroom voorzien met een klein zonnepaneel. In Uruguay is er weinig overheidsbemoeienis met de landbouw. Geen vergunningen, bestemmingsplannen of productiequota, maar ook geen tegemoetkomingen op financieel gebied. Dit maakt dat landbouwers in grote vrijheid kunnen werken. Doorslaggevend zijn de ondernemerskwaliteiten, marktprijzen en zoals altijd en overal het klimaat.

De Verenigde Staten heeft voor Nederlandse agrariërs met hun inzet, kennis en kapitaal een uitstekend emigratieperspectief , vooral ook door het ontbreken van een melkquoteringssysteem.

Algemeen

De Verenigde Staten van Amerika bestaat uit 50 staten, waarvan 49 op het vasteland van Noord-Amerika en één in de Grote Oceaan. In het noorden grenst de Verenigde Staten aan Canada en in het zuiden aan Mexico. De Atlantische Oceaan ligt ten oosten van de Verenigde Staten en de Grote Oceaan ligt aan de westkust. Washington D.C., genoemd naar de eerste president van de Verenigde staten, is de hoofdstad van het land. Een nationale feestdag is 4 juli, Independence Day (onafhankelijkheidsdag), de dag waarop in 1776 de democratie werd geboren. In de Verenigde Staten wordt met de Amerikaanse Dollar betaald. 
Met 9.629.047 km2 is de Verenigde Staten ongeveer net zo groot als Canada. Langs de oost- en westkust van de Verenigde Staten zijn lange bergketens te vinden. Het middendeel van het land is relatief vlak met o.a. een droge steppe, de Great Plains. Op een groot aantal plaatsen in Noord-Amerika zijn door het landijs diepe kommen uitgeschuurd, waaruit later meren zijn ontstaan. In het westen van de Great Plains liggen een aantal gebieden zonder afwatering naar zee, waardoor daar zoutmeren ontstaan, bijvoorbeeld het Great Salt Lake. Grote rivieren in de Verenigde Staten zijn de Mississippi en in het noorden de Yukon en Mackenzie.

De huidige bevolking van de Verenigde Staten bestaat uit een grote verscheidenheid van groepen. Aan het einde van de jaren zestig kwam een massale stroom emigranten uit Zuid-Amerika, Azië en Afrika op gang, terwijl het aantal immigranten uit Europa in dezelfde periode afnam. Een gevolg van de immigratiestromen is dat het aandeel van etnische minderheden aan de totale bevolking hoog is. De oorspronkelijke bewoners, de Indianen, maken nog maar een klein deel van de huidige bevolking uit.
Op 1 juli 2008 telde de Verenigde Staten ruim 290 miljoen inwoners. De spreiding van de bevolking is erg ongelijk. In Alaska en de droge gebieden in het westen is de bevolkingsdichtheid minder dan 10 inwoners per km2, terwijl in het oosten van de Verenigde Staten, rond de Grote Meren en delen van Texas en Californie gebieden te vinden zijn met een zeer hoge bevolkingsdichtheid. De aantrekkingskracht van de zuidelijke staten is een gevolg van het gunstige klimaat in deze staten en de economische opbloei die hier in de jaren zeventig en tachtig heeft plaatsgevonden. Ongeveer 76% van de bevolking woont in de stedelijk gebieden, waartoe de plaatsen met 2.500 of meer inwoners worden gerekend. De grootste verstedelijking is te vinden in Californie en in een aantal staten in het noordoosten van het land. De zuidelijke staten zijn relatief het minst verstedelijkt.

Sociale zaken

De Amerikaanse samenleving verschilt in een aantal opzichten van de samenleving in Nederland. De Verenigde Staten kent o.a. een ander onderwijssysteem en een andere regeling voor de sociale voorzieningen. Ook de feestdagen kennen verschillen, wat met name het gevolg is van een andere geschiedenis.

Het sociale voorzieningenniveau in de Verenigde Staten is lager dan in Nederland en wordt gefinancierd uit de belastingen. Veel voorzieningen zijn van staat tot staat verschillend geregeld. Verder zijn veel verzekeringen niet collectief geregeld, maar moet men ze zelf afsluiten. De Verenigde Staten kent de volgende sociale voorzieningen:

  • Werkloosheidsuitkering. De werkloosheidsuitkering geldt voor 26 weken. Deze uitkering is maximaal $300 per week. Daarna zijn er voor diegenen die nog geen werk heeft voedselbonnen verkrijgbaar en wordt een compensatie voor huur en elektriciteit gegeven.) 
  • Arbeidsongeschiktheidsverzekering 
  • Weduwen- en wezenpensioen 
  • Tegemoetkoming in de gezondheidszorg voor ouderen en gehandicapten

De kosten van verzekeringen kunnen aardig oplopen. Daardoor is het niet voor iedereen mogelijk om goed verzekerd te zijn. Ongeveer 20% van de Amerikanen heeft geen ziektekostenverzekering. 
Het huidige onderwijssysteem van de Verenigde Staten is ontwikkeld in de 19e eeuw. Het verschilt van onderwijssystemen in andere westerse landen, zoals Nederland, in drie opzichten. In de eerste plaats zien Amerikanen onderwijs als een oplossing van verschillende sociale problemen. In de tweede plaats hebben Amerikanen veel vertrouwen in de kracht van onderwijs, waardoor de Amerikanen relatief veel en langer onderwijs volgen. Tenslotte is het onderwijs in de Verenigde Staten niet nationaal geregeld en gefinancierd. Het openbare onderwijs is voornamelijk de verantwoordelijkheid van de Staten en de schooldistricten. Het gratis openbaar onderwijs tot en met de highschool, wordt gefinancierd door de staat of door regionale overheden. Het hoger onderwijs wordt echter niet door deze overheden gefinancierd, maar wordt betaald door de individuele student en zijn/haar familie met eventuele hulp van openbare of private bronnen waar zij voor in aanmerking komen. Ook bestaat de mogelijkheid om studieleningen af te sluiten. Hieronder wordt het onderwijssysteem puntsgewijs weergeven.

In de meeste westerse landen, zoals Nederland, is de gezondheidszorg gefinancierd door de overheid. Deze landen beschouwen toegang tot de gezondheidszorg als een recht voor iedereen. In de Verenigde Staten wordt de gezondheidszorg voor het grootste gedeelte gefinancierd door private organisaties. De Amerikaanse overheid financiert enkele zorgverzekeringsprogramma’s, maar deze zijn slechts toegankelijk voor een beperkte groep mensen, zoals de armen en de ouderen. 
Amerikanen betalen de kosten voor hun zorgverzekering op verschillende manieren. Werknemers kunnen betalen voor hun zorgverzekering door hun werkgever toestemming te geven een bepaald bedrag van hun loon af te trekken voor de zorgverzekering. Andere werknemers werken voor een werkgever die direct hun zorgverzekering betaalt. Mensen die geen zorgverzekering ontvangen door hun werk of door een overheidsprogramma, de meeste zelfstandigen dus, kunnen een particuliere zorgverzekering verkrijgen door de kosten hiervoor direct aan de verzekeringsmaatschappij te betalen 

Godsdienst speelt een belangrijke rol in de Verenigde Staten. Ongeveer 56% van de bevolking is protestant. Er zijn veel verschillende stromingen binnen het protestantisme van fundamenteel naar liberaal. Tot de Rooms-katholieke kerk behoort ongeveer 26% van de bevolking. Het jodendom maakt 2,6% van de bevolking uit. Boeddhisten, moslims en hindoes vormen kleine minderheden in de Verenigde Staten.

Klimaat

Het klimaat in de Verenigde Staten is erg divers. Vooral in de winter zijn de temperatuurverschillen goed merkbaar. Door de toestroming van lucht vanuit de Noordpool worden de winters naar het noorden toe steeds kouder. Het klimaat in de noordelijk staten, met lange, koude winters, waarin veel regen en sneeuw valt en milde zomers, verschilt sterk van het klimaat in de zuidelijke gedeelten van het land. De zuidelijke staten kennen een subtropisch klimaat met hete, vochtige zomers en zachte winters. De temperatuur stijgt in de zuidelijke staten in de maanden juni, juli en augustus meestal ver boven de 30ºC. In de woestijngebieden in het zuidwesten komt het kwik soms boven de 40ºC. Vanuit het oosten naar het westen vermindert de neerslag en bereikt tenslotte het punt waar zonder irrigatie geen gewassen meer verbouwd kunnen worden. Een aantal woestijngebieden in Arizona, Nevada en het zuiden van Californie hebben een jaarlijkse neerslag van minder dan 125mm. Niet het hele westen is droog. Het is zelfs zo dat een van de natste gebieden van de Verenigde Staten in het noordwesten ligt.

Akkerbouw

De Verenigde Staten zijn al sinds lange tijd de grootste exporteur van landbouwproducten in de wereld. De bedrijven kunnen in het algemeen getypeerd worden als middelgrote en grote bedrijven die vergaand gemechaniseerd zijn. Door vooral klimatologische en geografische omstandigheden zijn er in de Verenigde Staten verschillende landbouwzones ontstaan. Zo staat het noordoosten en de gebieden om de Grote Meren bekend als het gebied waar veel melk geproduceerd wordt, "de dairy belt". De oostkust kent verder veel tuinbouw, fruitteelt en pluimveehouderij. Het gebied ten zuiden van de "dairy belt" staat bekend als de "corn soy belt", een gebied waar de voor de veehouderij zo belangrijke gewassen mais en sojabonen worden verbouwd. In het zuiden, waar de "cotton belt" vroeger doorliep tot diep in Texas, hebben de meeste katoenplantages inmiddels plaatsgemaakt voor voornamelijk gemengde bedrijven. Aan de kust in Texas en Florida worden citrusvruchten, suikerriet en rijst verbouwd. In Californie wordt veel groente en fruit verbouwd en is de wijnbouw van grote omvang. Het Midden-Westen staat bekend als de "wheat belt", de graanschuur van de VS. 
Op het gebied van de veehouderij zijn de Verenigde Staten de grootste producenten ter wereld. De rundveehouderij, en dan met name het slachtvee, vindt hoofdzakelijk plaats in de staten Texas, Iowa, Nebraska, Kansas, Missouri en Oklahoma. De varkenshouderij vindt voornamelijk in het noorden plaats. De pluimveehouderij (kippen en kalkoenen) is van grote omvang in Californie, New England, North Carolina en Georgia. De melkveehouderij vindt voornamelijk in het noorden, het noordoosten en in de buurt van de grote steden plaats.

Melkvee
De melkveehouderij in de Verenigde Staten ondergaat net als in Nederland al geruime tijd een ontwikkeling naar minder, maar grotere bedrijven, met een vergelijkbare ontwikkeling naar minder, maar productievere koeien. In 1959 waren er nog bijna 2 miljoen melkveebedrijven in de Verenigde Staten terwijl dit aantal in 2002 gedaald is naar nog maar 91.990 melkveebedrijven. De melkveehouderij in het westen van de Verenigde Staten bestaat veelal uit grote bedrijven, met 500-1.500 melkkoeien. Als gevolg van de grote omvang hebben deze bedrijven een lagere kostprijs dan de melkveebedrijven in het noordoosten van het land, waar de bedrijven over het algemeen een grootte hebben van 50-150 melkkoeien. De belangrijkste eigenschap van het zuivelbeleid in de Verenigde Staten is dat er geen quotumsysteem aanwezig is. Verder is het zuivelbeleid een complex geheel van regelgeving op verschillende niveaus. De regelgeving op federaal niveau is geregeld in de vorm van marketing verordeningen.Het doel van deze verordeningen is om de marktomstandigheden te stabiliseren, zodat de melkveehouders en de consument kunnen profiteren van de voordelen van een stabiele markt. Tevens moet de consument te allen tijde een voldoende aanbod van zuivel en zuivelproducten gegarandeerd kunnen worden. Een groot aantal Nederlanders die naar de Verenigde Staten emigreert om daar een melkveebedrijf op te starten, besluit om nieuwe gebouwen te laten bouwen. Een voordeel van nieuwbouw is, dat er rekening kan worden gehouden met de eigen wensen en de eigen managementwijze. De regelgeving omtrent de nieuwbouw van een melkveebedrijf varieert van staat tot staat en is afhankelijk van de omvang van het op te zetten bedrijf. Sommige staten eisen alleen een bouwplan. Een aantal staten eist een aanvraag voor toestemming voor het bouwen van een melkveebedrijf boven de 700 koeien. Een bemestingsplan kan ook geëist worden.

Zweden is een groot land met veel verscheidenheid. Er is veel ruimte voor de landbouw, maar ook prachtige natuur is alom aanwezig. Er heerst in het noorden een landklimaat met zomers veel zonuren en koude winters met regelmatig veel sneeuw. Het midden en noorden van Zweden is een bosrijk gebied. In Zuid-Zweden waar een overwegend zeeklimaat heerst ligt een groot glooiend landbouwgebied met voornamelijk akkerbouw. Melkveebedrijven vindt je in heel Zweden. Rijdend door de bossen kan het maar zo zijn dat er ineens goede cultuurgronden opduiken. Vooral jonge ondernemers en starters hebben zeer goede mogelijkheden om in Zweden te starten. Wanneer men over 25% Eigen Vermogen beschikt kan een bedrijf aangekocht worden. Het landenquotum wordt in Zweden meestal niet volgemolken wat een lage quotumprijs tot gevolg heeft.

Algemeen

Het koninkrijk Zweden (Konungariket Sverige) is een constitutionele monarchie. Zweden is met haar oppervlakte van bijna 450.000 km² bijna 13 keer zo groot als Nederland en heeft bijna 9 miljoen inwoners. Dat betekent dat er gemiddeld slechts 20 mensen per km² wonen. Nederland heeft gemiddeld 395,6 inwoners per km². De oppervlakte aan woeste grond in Zweden is 31% met inbegrip van de meer dan 96.000 meren. 58% van de bodem is bedekt met bossen en de cultuurgrond beslaat 11%. Zweden wordt in drie grote landschappen verdeeld: Norrland in het noorden, Svealand in het midden en Götaland in het zuiden. Norrland is bergachtig met eindeloze wouden en vele rivieren en meren. Norrland beslaat bijna tweederde van de totale oppervlakte van Zweden. Svealand in het midden van Zweden heeft een wat opener en vriendelijker landschap. Götaland in het zuiden heeft een zeer gevarieerd landschap met o.a in de zuidelijkste provincie Skåne bloeiende landbouwgebieden en beukenbossen. De westkust is vlak met soms lange zandstranden. Verder een scherenkust met veel eilandjes en inhammen. Hier liggen ook de grote meren Vänern en Vättern. Vänern is het op twee na grootste meer van Europa. Zweden heeft bijna 9 miljoen inwoners. De Zweedse bevolking behoort tot de meest karakteristieke vertegenwoordigers van het Noordse ras, met als kenmerken: lange slanke gestalte, smalle schedel, blond haar en blauwe ogen. Vermenging met andere subrassen is in Zweden verhoudingsgewijs zeer weinig opgetreden.

Sociale zaken

Zweden heeft zich de laatste honderd jaar ontwikkeld van een betrekkelijk arm agrarisch land tot een moderne geïndustrialiseerde samenleving. Zweden is nu een van de welvarendste landen ter wereld, met hoge inkomens en goede sociale zekerheden. Sinds 1842 kent Zweden leerplicht. Het basisonderwijs duurt tien jaar, van 6 tot 16 jaar. In 1962 werd de tienjarige basisschool definitief ingevoerd. Bijna alle scholen worden bestuurd door de plaatselijke overheid, hoewel er ook privé-scholen zijn. Opmerkelijk is dat leerlingen pas vanaf groep acht rapportcijfers krijgen. Verder wordt er in het derde of vierde jaar al gestart met het onderwijzen van Engels als vreemde taal. Na het basisonderwijs volgen bijna alle Zweden een of andere vorm van voortgezet onderwijs. Sommigen bereiden zich dan voor op een universitaire studie, anderen combineren theorie en praktijk om een beroep te leren. De leertrajecten op universiteit en hogeschool duren ongeveer vier jaar. Alle vormen van openbaar onderwijs, ook het hoger onderwijs, zijn kosteloos.

Op dit moment behoort ongeveer 90% van de bevolking tot de evangelisch-lutherse staatskerk. Vele bezoeken de kerk alleen uit traditie, zoals bijvoorbeeld met Kerstmis, Pasen, doop, bevestiging en huwelijk. De kerk hoeft ondanks het lage kerkbezoek niet voor zijn bestaan te vrezen. Iedere Zweed, gelovig of niet, helpt mee de kerk in stand te houden d.m.v. vrijwillige vergoeding aan de kerk. Daarnaast is de kerk de grootste grondeigenaar van het land. De kerk beschikt voornamelijk over bossen t.b.v. de houtproduktie.
Naast de religieuze functie, fungeerde de staatskerk ook als burgerlijke stand. Hier worden registers van geboorte, huwelijk en overlijden bijgehouden. Sinds 1991 zijn de taken als burgerlijke stand overgenomen door Skattemyndigheten (belastingdienst). Naast de staatskerk vindt men in Zweden ong. 100.000 Rooms Katholieken. Hiervan is slechts een klein deel van Zweedse afkomst. Het grootste deel bestaat uit immigranten uit o.a. Spanje, Portugal, Italië en Polen. Verder vindt men uitsluitend kleinere kerken en religieuze groeperingen : Pinkstergemeente (Filadelfia), Missionskyrka, congregationalisten, orthodoxen, baptisten en methodisten.

Klimaat

Zweden heeft net als buurland Noorwegen te maken met de invloed van de Warme Golfstroom. Zo ligt de gemiddelde jaartemperatuur aanzienlijk hoger in streken zoals Noord-Rusland, Alaska en Groenland die op dezelfde breedte liggen. Het zuiden heeft een uitgesproken zeeklimaat als gevolg van de Warme Golfstroom en er valt dan ook wat meer regen dan in de rest van Zweden. Als er sneeuw valt, blijft die niet vaak liggen. Ook de havens blijven ijsvrij. Het zuiden heeft vier tot vijf zomermaanden, het midden drie tot vier en het noorden een tot drie. De westkust tussen Malmo en de Noorse grens krijgt de meeste regen, ± 700 mm per jaar. Het oosten van Zweden heeft maar 300-400 mm per jaar. Evenals in Zweden en Finland zijn er in Zweden twee bijzondere fenomenen waar te nemen: de middernachtzon en het noorderlicht. De middernachtzon staat voor veel reizigers hoog op het lijstje van bezienswaardigheden. Hoe verder men 's zomers in de richting van de Noordpool gaat, hoe hoger en langer de zon achter elkaar blijft schijnen.

Akkerbouw

De Zweedse boerenbedrijven zijn voornamelijk familiebedrijven en het land is eigendom van degenen die het bewerken. Het coöperatiewezen, zowel voor afzet, inkoop, als kredietverschaffing, is sterk ontwikkeld. Driekwart van de agrarische productie wordt via coöperatieve organisaties verder verwerkt of afgezet. Ongeveer 7,5% van het land is economisch te benutten. Men slaagt er echter in om daarmee 80% van de binnenlandse behoefte te voorzien. In het zuiden worden vele gewassen verbouwd, zoals allerlei soorten granen, suikerbieten en bonen. In Midden-Zweden wordt met name graan verbouwd en meer naar het noorden worden voedergewassen geteeld. Veeteelt vindt plaats in het zuiden, de smalle kustvlakte langs de Botnische Golf en langs de rivierdalen. De veehouderij richt zich voornamelijk op het houden van rundvee, voor de slacht en de zuivelproductie; daarnaast worden varkens, pluimvee en schapen gehouden.
Dierenwelzijn is erg belangrijk.

Landprijzen bevinden zich in de aantrekkelijke gebieden tussen de € 8000,- en € 25.000,- ha. afhankelijk van ligging, perceelsgrootte en neerslag. Land huren komt veel voor in Zweden. Het aanbod aan land is veel groter dan de vraag zodat er makkelijk wordt gedaan over contracten. Zweden huren en verhuren onderling van jaar tot jaar maar dit wordt automatisch verlengd. Zweden houden zich over het algemeen ook goed aan hun woord. Over het algemeen is er voldoende land basis bij het bedrijf , maar voeraankopen is altijd mogelijk. De meeste boeren kopen krachtvoer of bijproducten aan.
Granen is nooit een probleem, je kunt ze nat, gedroogd en geplet aankopen.
Mais is per gebied verschillend in Skane en Halland, het zuiden van Zweden wordt mais verbouwd maar meer noordelijk veel minder zodat aanbod daar beperkt is en transport het al gauw minder interessant maakt. Bierbostel is goed verkrijgbaar, maar perspulp soms weer minder. Opbrengsten in gebied Skane in het zuiden van gras (3 snedes) tussen 8-11 ton droge stof per ha.Ook de opbrengsten van mais zit tussen 8-11 ton droge stof/ha en verschilt tussen deze gebieden in opbrengst niet veel maar wel in zekerheid van goed afrijpen. Vooral langs de kust heb je minder snel kans op nachtvorst en zal de mais een beter zetmeel gehalte hebben en is de kans van een goed product beter als meer noordelijk.

Gemengd bedrijf
Land Slowakije
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
Land Slowakije
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
Land Slowakije
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
Land Slowakije
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
Camping + klein agrarisch Portugal
Land Portugal
Plaats Sao Marcos da Serra
Bedrijfstype Overig...
Alentejo
Land Portugal
Plaats Alentejo
Bedrijfstype Melkvee...
Ackerbau tabeling am 322C
Land Hongarije
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
Ackerbau tabeling am 322B
Land Hongarije
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
hongarije tabeling am 322 a
Land Hongarije
Plaats Pest
Bedrijfstype Melkvee...
Olijvenplantage
Land Italië
Plaats
Bedrijfstype Fruit / Wijn...
Minnesota farm
Land Verenigde Staten
Plaats Perham
Bedrijfstype Melkvee...
Melkveebedrijf IOWA
Land Verenigde Staten
Plaats
Bedrijfstype Melkvee...
Land Verenigde Staten
Plaats Rolfe
Bedrijfstype Melkvee...
Bedrijf van der Ham
Land Verenigde Staten
Plaats Carsonville
Bedrijfstype Melkvee...
712.113.7 Fa. Timmer - bouwkavel 0.53.70 ha
Land Nederland
Plaats Den Hoorn
Bedrijfstype Wonen...
Melkveebedrijf Luddeweer
Land Nederland
Plaats Luddeweer
Bedrijfstype Melkvee...
712.180 Grond 24,5 ha Noordeindseweg Delfgauw
Land Nederland
Plaats Delfgauw
Bedrijfstype Losse grond...
712.167 melkveebedrijf en cultuurgrond Onderweg 14 Pijnacker
Land Nederland
Plaats Pijnacker
Bedrijfstype Melkvee...
Grondstuk met bouwvergunning voor vleeskuikenbedrijf
Land Polen
Plaats
Bedrijfstype Pluimvee...
Varkensbedrijf west-Polen
Land Polen
Plaats
Bedrijfstype Varkens...
pachtbedrijf Kar?owice
Land Polen
Plaats Karlowice
Bedrijfstype Akkerbouw...
1380 ha Tsjechië
Land Tsjechië
Plaats Tsjechië
Bedrijfstype Akkerbouw...
Land Zweden
Plaats Hässleholm
Bedrijfstype Melkvee...
Land Zweden
Plaats Laholm
Bedrijfstype Vleesvee / Zoogkoeien...
Östgötagården
Land Zweden
Plaats Falköping
Bedrijfstype Melkvee...
Land Zweden
Plaats Hörby
Bedrijfstype Melkvee...
Thomas Eich
Land Duitsland
Plaats
Bedrijfstype Melkvee...
Bedrijf Gabriel Feurle
Land Duitsland
Plaats kempten
Bedrijfstype Melkvee...
Stefan Mayer
Land Duitsland
Plaats
Bedrijfstype Melkvee...
Grond Wensink A
Land Duitsland
Plaats
Bedrijfstype Investering...
Schandorff akkerbouw
Land Frankrijk
Plaats Castelnavet
Bedrijfstype Akkerbouw...
Schapenbedrijf van Woerkom
Land Frankrijk
Plaats Allier
Bedrijfstype Geiten / Schapen...
Ramaker 114 ha biologisch akkerbouwbedrijf
Land Frankrijk
Plaats Midden Frankrijk
Bedrijfstype Akkerbouw...
melkvee/akkerbouw 260 ha
Land Frankrijk
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
Dairy Farm - Prince County, PE
Land Canada
Plaats Wellington
Bedrijfstype Melkvee...
14528 TALBOT TL, RIDGETOWN
Land Canada
Plaats Ridgetown
Bedrijfstype Akkerbouw...
5052 PERTH LINE 91, NORTH PERTH
Land Canada
Plaats Palmerston
Bedrijfstype Akkerbouw...
Dairyfarm Fam. East Garafraxa
Land Canada
Plaats East Garafraxa
Bedrijfstype Melkvee...
73 has akkerland
Land Uruguay
Plaats Flores
Bedrijfstype Akkerbouw...
51 hectares in Maldonado, oost Uruguay
Land Uruguay
Plaats Maldonada
Bedrijfstype Melkvee...
Durazno, Akkerbouw, Veeteelt
Land Uruguay
Plaats Durazno
Bedrijfstype Akkerbouw...
veeteelt, bosbouw Uruguay
Land Uruguay
Plaats Rio Negro
Bedrijfstype Vleesvee / Zoogkoeien...
Australië Tasmanië
Land Australie
Plaats Sassefras
Bedrijfstype Akkerbouw...
Fam. Wind
Land Australie
Plaats Undera
Bedrijfstype Melkvee...
julija suhodolska
Land Letland
Plaats
Bedrijfstype Akkerbouw...
3061 Ulfborg Melkvee
Land Denemarken
Plaats Ulfborg
Bedrijfstype Melkvee...
3057 Skive Melkvee
Land Denemarken
Plaats Skive
Bedrijfstype Melkvee...
3058 Nørager, Melkvee
Land Denemarken
Plaats Nørager
Bedrijfstype Melkvee...
Land Denemarken
Plaats Thisted
Bedrijfstype